Hoe vind je veroordeelde mensen die nog (een deel van) hun straf moeten uitzitten? Daar kan het computermodel QUIN bij helpen. Het systeem, getest in het tv-programma Hunted, zal politie en justitie helpen bij de opsporing.

Mr. Quin

De naam QUIN is een samenvoegsel van Question en Investigate. Maar het ook een van Selmar Smit’s lievelingsfiguren uit de boeken van schrijfster Agatha Christie. Ook hier is mr. Quin een mysterieus figuur die zomaar opduikt en de hoofdpersoon, detective Satterthwaite, van advies voorziet. “Hier heeft mr. Quin een rol als raadgever, als iemand die de detective op zijn schouders tikt en vraagt of hij wel aan bepaalde opties gedacht heeft. En dat is precies wat onze QUIN nu ook doet”, aldus Selmar Smit.

“Je moet QUIN eigenlijk zien als een hele ervaren rechercheur die ontzettend veel politieonderzoeken gezien heeft, maar zelf niet heel snugger is”, grinnikt Selmar Smit. Hij is onderzoeker bij TNO op het gebied van artificial intelligence en de bedenker van QUIN. Dat is een softwareprogramma dat kan ‘voorspellen’ welke stap een crimineel zal nemen die nog een straf moet uitzitten. Het programma vergelijkt lopende onderzoeken met opgeloste zaken uit het verleden en wijst de (echte) rechercheurs op mogelijkheden die ze misschien over het hoofd hebben gezien. “Mensen zijn gewoontedieren. Dus je kan ervan uitgaan dat iemand die nog een straf moet uitzitten, voor bepaalde opties kiest zoals onderduiken bij een familielid. QUIN kijkt welke opties de meest waarschijnlijk zijn en waar politie en justitie in de opsporing het beste op kunnen inzetten. Bijvoorbeeld op een telefoontap van diens moeder rondom haar verjaardag.”

Prioriteren

Smit opent zijn computer en tovert het programma tevoorschijn. “We hebben het systeem al gevoed met oude, opgeloste zaken. Als je er nu informatie van een nieuwe zaak instopt, dan vergelijkt QUIN dat met de informatie van al die oude zaken.” Om dat te laten zien, voert hij een zaak in en geeft QUIN de opdracht om te zoeken. Met één muisklik verschijnt er een hele rij namen, gesorteerd op prioriteit. Bovenaan is de kleur van de match felgroen en hoe verder je omlaag kijkt verandert de kleur in oranje en uiteindelijk in rood. “Het systeem prioriteert de zaken; welke zaak is het meest vergelijkbaar met de nieuwe?” Maar hoe prioriteert het systeem dat dan? Waar let QUIN op? “Woonsituatie, vergelijkbare antecendenten, familieleden, van alles. We voeden QUIN met allerlei data zoals GBA-gegevens en informatie uit allerlei politiesystemen.”

QUIN of Siringo?

Het systeem dat apart voor het OM en Politie gebouwd en toegepast zal worden, heet Siringo. Omdat  Siringo draait op het TNO-framework van QUIN en daarmee dus een soort afsplitsing is, spreken we voor de leesbaarheid van het artikel enkel over QUIN.

Onvindbaren vinden

QUIN is een van de maatregelen die worden genomen om het aantal ‘onvindbaren’ nu vindbaar te maken. Officier van justitie Sjaak Pouw is betrokken bij het terugdringen van die groep. “Ik vind onvindbaren eigenlijk niet het goede woord. Ze zijn naar mijn mening wel degelijk vindbaar. Maar we moeten als opsporingsdienst goed bepalen of we ze allemaal ook kunnen aanhouden. Want een grote groep veroordeelden is niet meer in ons land of zelfs niet meer binnen de EU (zie kader Cijfers, red.). We kunnen pas om internationale rechtshulp verzoeken als een straf langer duurt dan 120 dagen. Dus als je wel naar de gevangenis moet, maar minder dan die 120 dagen, dan kunnen we eigenlijk lastig de straf ten uitvoer leggen. Maar dat wil niet zeggen dat de mensen onvindbaar zijn!” Pouw houdt zich onder meer bezig met FAST (Fugitive Active Search Team). Dit team is een samenwerking van politie en OM en zorgt voor de opsporing van iedereen die nog een gevangenisstraf van meer dan 120 dagen moet uitzitten. Dat zijn dus al veroordeelde criminelen die bijvoorbeeld ontsnapt zijn, niet teruggekeerd zijn na onbegeleid verlof of zich niet gemeld hebben voor het uitzitten van hun straf.

(De tekst loopt door onder de foto's)

Sjaak Pouw (OM)
Selmar Smit (TNO)

"QUIN moet als een inspiratie werken"

Programma Onvindbaren

Het Programma Onvindbaren is door de minister van Rechtsbescherming, Sander Dekker geïntroduceerd om het aantal veroordeelden die hun straf nog moeten uitzitten, te verminderen. Niet alleen moeten de aantallen (zie kader ‘cijfers’) teruggedrongen worden, ook moet er structurele verbeteringen doorgevoerd worden om ervoor te zorgen dat er minder veroordelen hun straf niet uitzitten. Sjaak Pouw is als vertegenwoordiger van het OM daarbij aangesloten.

Mensenwerk

De data van team FAST laat zich goed lenen voor QUIN. Maar het systeem zal niet alleen ingezet worden om criminelen met een lange straf op te sporen. Want het zal ook gebruikt worden om de groep die minder dan 120 dagen gevangenisstraf uit moet zitten te verkleinen. QUIN is in het kader van het zogenoemde Programma Onvindbaren (zie kader) één van de maatregelen die daarvoor genomen wordt. Sjaak Pouw ziet met QUIN een kans op te prioriteren welke veroordeelden na het onherroepelijk worden van de vrijheidsstraf onder de 120 dagen, als eerste moeten worden opgespoord omdat ze nog in Nederland te vinden kunnen zijn. Hij benadrukt dat een computersysteem nooit mensenwerk mag en kan vervangen: “Het is een handig hulpmiddel, maar we moeten ook zelf blijven nadenken.” Daar is QUIN’s geestelijk vader Smit het mee eens: “Het systeem kan niet leidend zijn. Het moet als een inspiratie werken.”

In het tv-programma Hunted is QUIN glansrijk door de test gekomen

Hunted

Naast het vergelijken van een nieuw onderzoek met allerlei oude onderzoeken, heeft QUIN ook de mogelijkheid om real-life te bepalen waar een voortvluchtige ongeveer zit. Dat systeem is ook succesvol getest bij het televisieprogramma Hunted. In dit programma, waar een aantal duo’s proberen te ontsnappen aan de programmamakers, heeft QUIN al een aantal goede voorspellingen gedaan. Aan de hand van ingevoerde data en zoekopdrachten van de programmamakers voorspelde het bijvoorbeeld dat een Fries duo zeer waarschijnlijk in een van de havens naar een waddeneiland zou willen ontsnappen. Dat bleek inderdaad zo te zijn. Bij het invoeren van bepaalde keuzes (hoe laat en waar is iemand ontsnapt en met wat voor een voertuig?) berekent QUIN de mogelijkheden waar iemand heen gegaan is. Ook dit gebeurt weer aan de hand van oude zaken. Zo zal een dader van een moordpartij die vervolgens een auto steelt waarschijnlijk geen honderden kilometers afleggen, maar naar een plek rijden waar hij mensen kent. Smit: “Natuurlijk weet QUIN dat zelf niet, dat hebben wij ingevoerd. Maar hiermee gaat het systeem wel mee aan de slag om mogelijke locaties te zoeken”.

Het systeem moet steeds gevoed worden met informatie. En dat is dan ook het belangrijkste, zegt Smit: "Het is zaak dat alles zo goed mogelijk gelogd wordt, zodat er veel informatie in ons systeem gestopt kan worden. Dat maakt een toekomstige zoektocht makkelijker.” QUIN wordt voor de opsporingsinstanties verder getest. Er gaan nog meer oude zaken in de computer, zodat het systeem verder kan leren en de voorspellingen nauwkeuriger worden. Het archief van de ‘ervaren maar niet zo snuggere rechercheur’ wordt dus nog flink uitgebreid.

Cijfers

In totaal zijn er zo’n 11.000 ‘onvindbaren’ in Nederland. Van die groep heeft een kleine minderheid (zo’n 800) een gevangenisstraf uitstaan van meer dan 120 dagen. Dit is de groep die door FAST opgespoord wordt. De tweede en grootste groep, de mensen die wel een straf open hebben staan maar niet langer dan 120 dagen, bestaat voor slechts 10% uit mensen met enkel de Nederlandse nationaliteit. De kans is daarmee behoorlijk groot dat deze mensen die hun straf nog moeten uitzitten, niet meer in Nederland zijn. Ongeveer de helft van hen verblijft nog wel in de EU.

Hoe de gegevens worden weergegeven in QUIN
De prioritering van QUIN