Nederlandse fabrikanten van synthetische drugs trekken zich niets aan van landsgrenzen en zijn ook steeds actiever bij onze zuiderburen. Worden de Belgen nu opgezadeld met dit ‘oer-Hollandse’ probleem? Charlotte Colman, professor criminologie aan de universiteit van Gent, heeft samen met Nederlandse collega’s onderzoek gedaan naar de Belgisch-Nederlandse connectie in de drugswereld. Zij ziet een aantal interessante fenomenen: “Criminelen gebruiken de grens tussen onze landen om risico’s te spreiden. En Nederlanders hebben veelal de touwtjes in handen.”

Het is niet voor niets dat juist rond de grens met Nederland veel sprake is van de criminaliteit rondom synthetische drugs, stelt Charlotte Colman, in andere delen van België is daar veel minder sprake van. Criminelen in deze business maken handig gebruik van landsgrenzen: “Als een Belgische criminele groep zich bezighoudt met de grootschalige productie van synthetische drugs, dan zitten de opdrachtgevers veelal in Nederland. De top van de criminele organisatie bestaat vaak uit  Nederlanders.”

"In Nederland produceren en in België het drugsafval dumpen? Voor criminelen is dat risicospreiding"

Charlotte Colman
Charlotte Colman, professor criminologie aan de uGent

Hoe kan dat?

“Synthetische drugs zijn een Nederlands fenomeen. Het is een business die grotendeels is opgekomen in de jaren ’70 vanuit Nederland en in handen is van woonwagenbewoners in de grensprovincies met België. Omdat er onder andere steeds meer controle in Nederland op is gekomen, zijn die criminele groeperingen ook laboratoria op gaan zetten aan deze kant van de grens. Voor hen is het een kwestie van risicospreiding en territoriumuitbreiding.”

Waarom maakt dat verschil?

“Stel: als je een laboratorium hebt in Nederland, maar je dumpt je drugsafval in België, dan is dat voor de opsporingsdiensten lastiger aan elkaar te koppelen. Het is voor de criminelen een goede gelegenheid om de pakkans te verkleinen.”

Is dat dan een verplaatsing van het probleem?

“Het aantal laboratoria en kwekerijen is in België toegenomen. Tegelijkertijd is het aantal in Nederland niet gedaald. Daarom is het geen verplaatsing, maar eerder een uitbreiding naar ons land. De productie, import- en export, de tussenhandel, dat is allemaal alleen maar toegenomen. Niet enkel van synthetische drugs, maar ook van cannabis. Waar we wel slechts een verplaatsing zien, is de detailhandel, het dealen dus. Belgische afnemers kunnen tegenwoordig niet meer terecht in Nederlandse coffeeshops die het i-criterium hanteren (aantonen dat je als koper in Nederland woont, red.). Dat betekent dat de Belgische afnemers andere verkoopkanalen moesten  vinden. In veel gevallen komt het aanbod nu naar de vraag toe. Er wordt gewerkt met wietkoeriers, drugs op bestelling. Dat zien we ook met bijvoorbeeld cocaïne en heroïne, mensen kunnen een callcenter bellen om de drugs te laten bezorgen.”

"We zien dat de wietkoeriers en callcenters om drugs te bestellen, veelal uit Nederland komen"

En die drugs komen dan uit Nederland?

“Wij zien dat de bron vaak in Nederland zit. Dus de wietkoeriers rijden vanuit Nederland de grens over. De callcenters die je belt om drugs te bestellen hebben vaak een Nederlands nummer. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld het versturen van drugs. Er werden eerst postpakketten met drugs vanuit Nederland gestuurd, maar door onder andere de verscherpte controles daar worden ze nu vaker vanuit België of Duitsland gestuurd. Als er ergens extra controle komt, dan zoeken criminelen andere manieren.”

Het lijkt een Nederlands probleem waar de Belgen mee opgezadeld worden?

“Je zal dat zo stellig niet uit mijn mond horen. Het is niet enkel een Nederlands probleem wat hierheen komt, het is een gezamenlijk probleem waar Nederland en België samen tegen op moeten treden. De verwevenheid van onze landen op dit gebied is groot. De strijd tegen deze vorm van criminaliteit is er een die een lange adem vereist. Als minister Grapperhaus extra geld beschikbaar stelt voor de strijd tegen ondermijning, zou het goed zijn als zijn Belgische collega dat ook doet. En er moet natuurlijk goed gekeken worden naar het delen van informatie tussen de Nederlandse en Belgische politie en justitie.”

Geen verschuiving, maar uitbreiding

De belangrijkste conclusie uit Colmans onderzoek ‘De grens voorbij: Belgische en Nederlandse drugsmarkten in beweging’? Er is geen sprake van een verschuiving van de drugsmarkt, maar juist van een uitbreiding. Met het rapport wordt daadwerkelijk iets gedaan, ziet ze: “De aanbevelingen worden omgezet in beleid. Daarnaast is een positieve nevenwerking van het onderzoek dat verschillende Nederlandse en Belgische strafrechtpartijen elkaar beter hebben leren kennen. We hebben ongemerkt een platform kunnen bieden waardoor de connecties beter geworden zijn.”

In Nederland gebruikt men veel de term ‘ondermijning’. Geldt dat ook voor België?

“Ondermijning is steeds meer een containerbegrip geworden, moeilijk te vatten. Want wat is ondermijning? Gaat het dan om drugs? Georganiseerde criminaliteit? Er zijn hele onderzoeken naar gedaan wat ondermijning is. De kern van ondermijning is het aantasten van het maatschappelijke kader. Dat kan zijn door bijvoorbeeld witwassen, intimidatie, ondergronds bankieren. En dat gebeurt in België ook. Ondermijning in Nederland is beter zichtbaarder, denk aan bijvoorbeeld de liquidaties. Die zien we in ons land nog niet.”

Wat is er wel zichtbaar?

“Er is natuurlijk wel concurrentie op de verschillende drugsmarkten. Daar is sprake van intimidaties. Hoe groter de concurrentie, hoe meer intimidatie, dat zien we wel.”

"Ondermijning is in Nederland beter zichtbaar, denk aan de liquidaties"

De liquidaties en de ‘Mocromaffia’ in Nederland hebben niet alleen te maken met synthetische drugs, maar bijvoorbeeld vooral ook met de cocaïne die via de wereldhavens van Antwerpen en Rotterdam binnen komen. Is er een verschil tussen die havens?

“Uit ons onderzoek komt naar voren dat deze havens werken als tweelingen. Criminele organisaties maken gebruik van de kansen op dat moment. De ene keer kiezen ze voor Rotterdam, de volgende keer komt Antwerpen beter uit. Het is afhankelijk wie ze er kennen en wat het goede moment is.”

Is er een duidelijk verschil in de aanpak tussen beide landen?

“Ten tijde van ons onderzoek investeerde Nederland in een aantal zaken, maar werden andere zaken afgedaan met een zogenaamde ‘korte klap’. Terwijl de Belgische politie zich veel meer bezig hield aan een reactieve benadering in de aanpak. We zagen wel een verschuiving daarin, de Belgische politie volgde steeds meer de Nederlandse strategie . Dat heeft als voordeel dat het tegemoet komt aan de overvloed aan informatie en het capaciteitstekort waarmee de strafrechtshandhaving te kampen heeft. Maar het nadeel van deze strategie dat de top van een organisatie op deze manier weinig tot niet geraakt worden. Politiediensten moeten vooral een evenwicht vinden tussen 'korte klappen' en meer uitgebreid onderzoek."

Het trekt dus verder naar elkaar toe?

"Kort gezegd, onze landen leren van elkaar. De good-practices worden uitgewisseld. Denk ook aan publiek-private samenwerkingen en ook het gebruik maken van wijkbewoners. Die kunnen we attent maken op de kenmerken van een drugslaboratorium, denk aan geur, afgeplakte ramen en dat soort dingen."

"Uiteindelijk draait alles om geld. Blijf inzetten op financieel-economische onderzoeken"

Nog even over die grens tussen onze landen. Voor een crimineel bestaat die bijna niet meer, behalve wanneer het goed uitkomt. Voor overheidsinstanties bestaat die grens veel meer. Er zijn twee verschillende justitieapparaten. Zou het niet beter zijn als er veel meer gedaan wordt om die landsgrenzen voor politie en justitie te laten ‘vervagen’?

“Criminelen zijn niet gebonden aan wetten en regels. De overheid wel. Dat betekent altijd dat we langzamer acteren dan die criminelen. Maar er wordt steeds beter gekeken hoe de landsgrens op operationeel gebied kan ‘vervliegen’. Die samenwerking tussen landen wordt steeds makkelijker als er initiatieven zijn die inspelen op de modus operandi van de criminelen. Het vernieuwde Benelux-politieverdrag is daar een voorbeeld van.”

De wereld van drugscriminaliteit is constant in beweging. Er wordt steeds gezocht naar manieren om onder de radar te blijven en geld te blijven verdienen.

“Alles draait uiteindelijk om geld. Alles gaat over winstbejag in de top van de criminele organisatie. Ik denk dat we bijkomend en blijvend moeten inzetten op de financieel economische onderzoeken in deze sector. Daarin kan je echt een verschil maken. Hoe zijn de criminele vermogens opgebouwd? Hoe gaan die criminele groeperingen daarin te werk? Welke groepen zijn op dit moment het grootst? ”

"Dit onderwerp dwingt om constant up-to-date te zijn"

Nieuwe afzetmarkten

Op dit moment is Colman bezig met een groot onderzoek naar de activiteiten op de Belgische drugsmarkten op het Dark Web. Hoewel de handel op deze afzetmarkt slechts een fractie bedraagt van de reguliere drugshandel, is het belangrijk om in de gaten te houden wat daar gebeurt, zegt de professor: “Het is niet zo dat online drugshandel snel de klassieke drugshandel zal overnemen. Maar we krijgen nu via het Dark Web wel beter inzicht in wie kopers en verkopers zijn. Bovendien is het ook interessant om te zien of kopers via Dark Web een nieuwe afzetmarkt zijn, of dat ze vanuit de reguliere drugsmarkt online gegaan zijn.” Eind februari worden de resultaten van dit onderzoek verwacht.