Tekst Pieter Vermaas
Foto Loes van der Meer

Ellen Nieuwenhuis vervolgde voor terrrorismefinanciering

Als officier Ellen Nieuwenhuis het signaal krijgt dat Hagenaar R. geld stuurt naar zijn broer in Syrië, start ze een onderzoek naar terrorismefinanciering. Komt dat geld daar ook aan, en weet R. wat zijn broer in het strijdgebied uitspookt? De officier wil dat de onderste steen bovenkomt.

Ellen Nieuwenhuis is terrorismefinancieringsofficier bij het Functioneel Parket Rotterdam

Ineens krabbelt Sulaymaan R. op zitting terug. Het is niet waar! De verklaringen die de dan 28-jarige, in Den Haag geboren R. bij de FIOD heeft afgelegd over terrorismefinanciering? Géén juiste weergave van wat hij heeft gezegd en van wat werkelijk is gebeurd. Hij is onder druk gezet, zegt hij, door de verhorende ambtenaren. Alleen om van het verhoor af te zijn, heeft R. maar ondertekend wat ze hem voorhielden.

Ellen Nieuwenhuis, terrorismefinancierings-officier bij het FP Rotterdam, is er niet direct van onder de indruk, als zij op 1 maart 2016 een straf gaat eisen in de extra beveiligde zittingszaal van de rechtbank Rotterdam. De spanning zit er meer in dat zij, samen met officier Aart Lodder, opereert op onontgonnen juridisch terrein. Terrorismezaken tegen verdachte uitreizigers kende het OM weliswaar al. “Maar wij hebben vooral de geldstromen naar een broer in het strijdgebied onderzocht, de financiering van terrorisme dus. Een nieuw type zaak, op basis van nieuwe wetgeving, waarin ook de rechtbank zich wegwijs moet maken.”

“R. mag dan niet zo’n hoog IQ hebben; streetwise is hij wel. Toen zijn broer op de sanctielijst kwam, heeft hij anderen gevraagd zijn geld over te maken. Dan kan ik niet spreken van een naïeve houding.”

Money transfers vanuit een Haagse vestiging van Western Union vormen de start van de zaak. Het cashtransfer-bedrijf ziet dat ongebruikelijke transfers hebben plaatsgevonden die het verplicht is te melden aan de Financial Intelligence Unit Nederland. Western Union komt erachter dat Sulaymaan R. onder andere zes keer geld heeft overgemaakt naar de in Istanbul wonende Syriër Mohamed A. Die laatste is een tussenpersoon die in een mediabericht van crimesite.nl ‘ISIS-bankier van de Westerse strijders’ werd genoemd. Via A. zou het geld uiteindelijk terecht komen bij  Hatim R., Sulaymaans jongere broer die was uitgereisd om te strijden voor IS in Syrië. Hatim R. was in het grote Context-onderzoek van het Arrondissementsparket Den Haag al, bij verstek, veroordeeld voor deelname aan een terroristische organisatie.

Analisten  van de FIU bekijken deze informatie over ongebruikelijke transacties. De FIU-NL onderzoekt deze ‘ongebruikelijke transacties’ en verklaart  deze – indien daar aanleiding toe is – ‘verdacht’. Vervolgens stuurt FIU-NL een proces-verbaal naar de opsporingsdiensten en naar Maarten Rijssenbeek, landelijk officier van justitie terrorismefinanciering bij het Functioneel Parket. De landelijk officier overlegt vervolgens met Ellen Nieuwenhuis, waarop Nieuwenhuis met een opsporingsteam van de FIOD een strafrechtelijk onderzoek start.

Sanctielijst

Nieuwenhuis: “Om te checken of de bevindingen uit het proces-verbaal van de FIU-NL kloppen, moesten we zelf de betalingen gaan onderzoeken. Ik heb bij Western Union gevorderd dat wij alle relevante betalingen door R. kregen. Daarop is het FIOD-team bankrekeningen gaan bekijken en meer financieel onderzoek gaan doen. Zo kregen we al snel in totaal negen door R. verrichte money transfers in beeld, acht via Western Union en één via Money Gram. Met een totale waarde van bijna 17 duizend euro. Bij twee van die negen transacties stuurde Sulaymaan het geld op andermans naam naar zijn broer. Dat was na 11 september 2014, de datum waarop broer en jihadstrijder Hatim R. op de Nationale Sanctielijst Terrorisme was gezet.”

Nieuwenhuis besluit tot aanhouding van R., en tot doorzoeking van verschillende panden. Tijdens de verhoren verklaart R. tegen FIOD-rechercheur: “Mijn broer is naar Syrië gegaan (…) Ik heb een tijdje geld gestuurd (…) Mijn broer had ook een wapen (…) Ik denk dat hij daar aan het vechten is (…) U vraagt of mijn broer nooit iets over de strijd gezegd heeft via social media. Ja, mijn broer heeft de laatste keer gezegd dat ze werden aangevallen. Hij heeft me ook wel eens gezegd dat het goed gaat met de strijd. Ik zie ook op twitter dat er gevochten wordt.”

“We zagen dat er betalingen van de Belastingdienst op de rekeningen van R. kwamen. Het FIOD-team achterhaalde dat er daarbij sprake was van fraude.”

Als de FIOD hem de money transfers voorhoudt, zegt R. te weten dat het geld bij zijn broer is aangekomen. “Ik kreeg van mijn broer door dat de tweede transactie wel gelukt was, ook weer via de chatfunctie op Facebook.”

Ondertussen wordt de financiële positie van R. in kaart gebracht. Uit zijn bankrekeningen blijkt dat de bedragen die hij overmaakt niet overeenkomen met zijn inkomsten. Waar komt het geld dan vandaan? ‘Van mijn familie gekregen’, beweert R. Maar zijn familie zegt dat dat niet waar is. Nieuwenhuis: “We zagen dat er betalingen van de Belastingdienst op zijn rekeningen kwamen. Het FIOD-team achterhaalde dat er bij die betalingen sprake was van fraude. R. kreeg maandelijks geld vanwege een Verzoek Voorlopige Aanslag waarop hij een veel te hoog inkomen had ingevuld. Tegen de tijd dat de Belastingdienst dat ontdekte, was het geld al in Syrië. Om die reden hebben we R. uiteindelijk ook ten laste gelegd dat hij valsheid in geschrift had medegepleegd, om zo een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken.”

Smartphone

R. blijkt moeilijk te peilen. Ellen Nieuwenhuis kan er niet  helemaal de vinger opleggen of R. uit loyaliteit naar zijn broer geld overmaakte, of omdat hij ook ideologisch min of meer achter zijn geradicaliseerde broer stond. “Maar voor de strafbaarheid maakt dat niet uit. Vast staat dat R. wist wat zijn broer in Syrië deed. Dat blijkt uit alle contacten die de twee onderhielden via telefoongesprekken, whatsapp, twitter, skype. Op R.’s smartphone zijn veel foto’s, filmpjes en teksten van Hatim aangetroffen die wijzen op de strijd. En desondanks heeft R. geld overgemaakt.”

Met zoveel bewijs in het dossier, maakt de officier zich niet al te druk, als R. op zitting beweert dat hij door de FIOD gedwongen is valse bekentenissen te ondertekenen. Ook de rechter veegt dit verweer van tafel. Niet alleen omdat de verdediging dit verweer niet heeft onderbouwd, maar ook omdat dit verweer – na één verhoor door de politie, zes verhoren door de FIOD en een verhoor voor de rechter-commissaris – pas op terechtzitting voor het eerst wordt geuit.

Een ander verweer luidt dat R. geldbedragen heeft gestort met als doel om de terugkeer van broer Hatim mogelijk te maken. Ellen Nieuwenhuis noemt dat in haar requisitoir op 1 maart 2016 vanwege de omvang en de duur van de stortingen ‘ongeloofwaardig’. “Zelfs toen Hatim op de nationale sanctielijst was geplaatst, is verdachte doorgegaan met het sturen van geld, alleen heel geslepen wel via andere personen.”

“De verdachte heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de gewelddadige jihadstrijd in Syrië, waarin dagelijks velen op gruwelijke wijze om het leven komen en die de bekende vluchtelingenstroom tot gevolg heeft”

Streetwise

Dan zit Ellen Nieuwenhuis nog met een mogelijk probleem. Kunnen de strafbare feiten R. aangerekend worden? De verdediging heeft een troef in handen: het NIFP adviseert dat R. wat betreft de terrorismefinanciering verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Dit vanwege diens geconstateerde naïviteit, het beperkte vermogen om kritisch stil te staan bij zijn handelen en diens afhankelijkheid van zijn omgeving.

“Die conclusie delen wij niet”, verklaart de officier op zitting. “R. mag dan niet zo’n hoog IQ hebben, maar is wel streetwise. Hij laat niet het achterste van zijn tong zien maar zijn hándelingen verraden iets anders dan naïviteit. Toen zijn broer op de sanctielijst kwam, heeft hij anderen gevraagd zijn geld over te maken. Hij lichtte er zelfs de Belastingdienst voor op. Dan kan ik niet spreken van een naïeve houding.”

Alles afwegende is het voor Nieuwenhuis glashelder, zo houdt ze de rechtbank voor: “Met zijn betalingen heeft de verdachte wezenlijke bijdragen geleverd aan de gewelddadige jihadstrijd in Syrië, waarin dagelijks velen op gruwelijke wijze om het leven komen en die de bekende vluchtelingenstroom tot gevolg heeft. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een terroristisch misdrijf dat met een gevangenisstraf dient te worden gesanctioneerd.” Ze eist 30 maanden celstraf, waarvan 10 onvoorwaardelijk.

Wat vindt de rechtbank op 15 maart 2016, de dag van het vonnis? Acht die R. verminderd toerekeningsvatbaar? Nee. “De rechtbank”, zo krijgt Sulaymaan R. te horen, “vermag niet in te zien dat de verdachte door zijn (persoonlijkheids)problematiek onvoldoende in staat zou zijn geweest de consequenties van zijn handelen te overzien.” De rechtbank vonnist op 15 maart 2016 tot 24 maanden celstraf, waarvan 8 voorwaardelijk; het Gerechtshof komt later tot 24 maanden, waarvan 14 voorwaardelijk.

“Al met al zijn we tevreden”, zegt Ellen Nieuwenhuis. “We hebben het allemaal kunnen bewijzen. Dat R. geld heeft overgemaakt. Dat het is aangekomen. Dat zijn broer een IS-strijder was die later ook nog op de Nationale Sanctielijst Terrorisme was geplaatst. En dat R. dat ook wist. We vinden dat dit soort zaken onvoorwaardelijke celstraffen verdienen, en de rechtbank en het hof hebben ons hierin gevolgd.”

Meer lezen over terrorismefinanciering? Twee OM'ers van het Functioneel Parket vertellen in een interview over het detecteren van donaties, dilemma’s en buikpijn. “Het geld gaat wel naar een strijder die met een AK-47 in de hand staat afgebeeld voor iemand die levenloos aan een kruis hangt.”