Tekst Pieter Vermaas
Foto Loes van der Meer

In het Real Time Crime Center grijpt de opsporing rap kansen

Door informatieachterstand mist de opsporing menige kans. Dat moet anders, vond politie-eenheid Den Haag. De opsporing is de meldkamer binnengestapt en pioniert nu met het Real Time Crime Center. De resultaten lijken bemoedigend, zeggen politie en OM in de Hofstad.

Tot voor kort vond iedereen het de gewoonste zaak van de wereld. Als er via 1-1-2 meldingen binnenkomen, stuurt de meldkamer de handhaving en de noodhulp aan. Politieblauw snelt, al dan niet samen met ‘wit’ (ambulancedienst) en ‘rood’ (brandweer), op het incident af en handelt naar bevind van zaken. Terug op het bureau bekijken en registreren agenten de verzamelde informatie. Al die tijd is de opsporing vaak niet in beeld.

Opsporing zit niet ‘aan de voorkant’, mist de meldingen en kan niet duiden of incidenten onderdeel uitmaken van een groter criminaliteitsbeeld. “En dan concluderen rechercheurs een week na het incident soms dat ze een interventie hadden kunnen plegen als ze die informatie direct hadden gehad,” zegt Ilona Snoeren, operationeel specialist C van politie-eenheid Den Haag.

Zo ontstond bij eenheid Den Haag het idee van een Real Time Crime Center in de meldkamer. Dat RTCC kijkt bij elke melding direct of er een link is met bestaande criminaliteitsbeelden, interessante personen (‘subjecten’) en lopende opsporingsonderzoeken. Ilona Snoeren brainstormde erover binnen de politie-eenheid. En benaderde het OM. Want als je snel informatie uit lopende strafrechtelijke onderzoeken wil kunnen delen en misschien direct bijzondere opsporingsbevoegdheden wil inzetten, is een meewerkend parket handig.

Petra Gruppelaar, informatieofficier van arrondissementsparket Den Haag, was direct geïnteresseerd. “Waarom hebben we dit redelijk simpele idee eigenlijk niet 20 jaar eerder bedacht!” zegt Gruppelaar, die naast Snoeren zit aan een vergadertafeltje in haar parket. “Nou ja: ‘we’. Alle credits aan Ilona. Ik keek wel mee en hield OM’ers op de hoogte, maar Ilona heeft alles gedaan. Alleen bij het delen van informatie had ik een kleine rol. Daar hebben we afgesproken dat het RTCC in lopende onderzoeken in principe eerst belt met de teamleider van de politie, en die kan vervolgens schakelen met de zaaksofficier. Als er geen lopende onderzoeken zijn, dan neemt het RTCC contact op met de piketofficier, en die beslist of er wel of niet iets moet gebeuren.”

Observatieteam

Overigens, niet alleen handhaving en opsporing werken van oudsher wat gescheiden van elkaar. Ook binnen de opsporing zelf liggen eilandvorming en kennisachterstand op de loer. Niet uit onwil. In de opsporing doen verschillende teams (informatie; tactiek; en specialismen als forensisch, digitaal en financieel) nu eenmaal vaak hun ‘eigen ding’. Ná elkaar. Informatieofficier Petra Gruppelaar zag dat vaak bij de werkvoorbereiding. “Dan kwam er eerst vanuit Intelligence een criminaliteitsbeeld of een voorstel om een persoon aan te pakken. Daarna ging de tactiek ermee aan de slag. En weer later kwam de vraag op of bijvoorbeeld dna-specialisten of het observatieteam iets konden toevoegen. Tegenwoordig maakt de drie-eenheid Informatie-Tactiek-Specialismen aan het begin al samen een plan. Soms heb je net niet genoeg verdenking tegen iemand om een onderzoek te starten. Dan kan het observatieteam soms uitkomst bieden door twee dagen te gaan rijden om wat meer informatie kunnen krijgen. Of je kijkt of de forensische opsporing nog kansen ziet. Als je dán besluit dat onderzoek te starten, ligt al veel kennis bij elkaar.”

Maar nu ging het er dus om het ‘gat’ tussen opsporing en het real time proces te verkleinen. Er kwam vorig jaar een acht weken durende try-out van het Real Time Crime Center binnen het Operationeel Centrum. Het RTCC in de meldkamer van Den Haag dus (zie kader: wie zitten in het RTCC?). 

Ilona Snoeren, operationeel specialist C, politie-eenheid Den Haag

Opnameapparatuur plaatsen

Het idee werkte. Terugblikkend strooien de twee met praktijkvoorbeelden waarin meldingen direct konden worden benut in lopende opsporingsonderzoeken.

Ilona Snoeren noemt de melding over een man die een gehuurd busje niet op tijd had teruggebracht bij een verhuurbedrijf. “Normaal investeer je daar als opsporing niet direct in. Maar het was al de vijfde of zesde keer dat het RTCC de naam van deze man voorbij zag komen, als contact van een criminele jeugdgroep. Voor die groep had de man waarschijnlijk dat busje geregeld. Het RTCC dook snel in het onderzoek naar die jeugdgroep, waarin al getapt was. Op de tap had de man gezegd: ‘Jullie moeten nu dat busje leeghalen, want ik ben al te laat met inleveren van het voertuig.’ Omdat er twee dagen zaten tussen het tapgesprek en het RTCC-onderzoekje, waren we nét te laat en weten we dus niet wat in de bus heeft gelegen. Het illustreert wel hoe een opsporingskans nu in beeld komt.”

Of die melding dat een gestolen iPad ‘aanstraalde’ op een adres in Rijswijk. Het RTCC legde direct de link met de vijftien woninginbraken die in die periode in de Zoetermeerse wijk Rokkeveen waren gepleegd. Het RTCC informeerde snel basisteam Rijswijk over de Rokkeveense inbraken. Rijswijkse politieambtenaren spoedden zich naar het opgegeven adres. Daar troffen ze tassen aan met goederen die bij die woninginbraken waren gestolen.

Of die melding van Meld Misdaad Anoniem, vervolgt Snoeren. Die betrof een container die mogelijk grondstoffen voor crystal meth bevatte en die die ochtend zou worden leeggehaald. “In eerste instantie was deze melding al uitgezet bij een flexteam, om vast te stellen of de container er stond en om de zaak eventueel stuk te maken. Nadat het RTCC op de hoogte was gebracht, koos eenheid Den Haag een ambitieuzer doel. Het OT nam de klus van het flexteam over, en zag twee personen de container leeghalen. Het Arrestatieteam verrichtte daarop aanhoudingen. De container bevatte inderdaad grondstoffen voor verdovende middelen.”

‘Waarom hebben we dit redelijk simpele idee eigenlijk niet 20 jaar eerder bedacht!’

Petra Gruppelaar, informatieofficier AP Den Haag

En er zijn meer kansen, zegt officier Petra Gruppelaar. “Denk aan een onderzoeksteam dat afluisterapparatuur in een woning wil plaatsen, maar steeds maar geen mogelijkheid krijgt. Tót er op de Haagse meldkamer een melding binnenkomt van huiselijk geweld in die woning. Dan kan het RTCC ‘real time’ de link tussen de melding en het lopende onderzoek leggen. Pijlsnel benutten de verschillende specialismen vervolgens deze kans. Het opsporingsteam verzoekt ‘blauw’ om zowel hun verdachte als het slachtoffer van huiselijk geweld mee te nemen naar het politiebureau. En als het zo ver is, plaatst de specialistische opsporing in de lege woning de opnameapparatuur.” 

Leuren

Het RTCC is dus een geramd succes dat soepel landde? Zó romantisch is de werkelijkheid ook weer niet, weten Ilona Snoeren en Petra Gruppelaar. Allereerst gaan misdrijven soms zo snel, dat ook met een snel optreden van het RTCC de opsporing nog te laat is. Bovendien kan alleen geprofiteerd worden van een beter beeld, als er capaciteit is om met de informatie ook tactisch, forensisch, digitaal en financieel aan de slag te gaan – capaciteit die er vaak niet is. Een met informatie leurend RTCC vindt dan lang niet altijd teams en districten bereid om nieuwe onderzoeken op te pakken of hun bestaande onderzoeken uit te breiden.

Daarnaast was de nieuwe werkwijze wennen voor alle meldkamerpartners. Want zou de komst van die RTCC-club niet een herrietent van de meldkamer maken, zo vreesden ambulance- en brandweermedewerkers. Dat bleek mee te vallen, toen de RTCC’ers achteraan in de meldkamer hun stek kregen.

Ambulancemedewerkers vreesden dat hun levensreddende handelingen bij interessante opsporingssubjecten in het gedrang zouden komen, als van blauwe teams werd verwacht dat die eerst ook in een woning gingen rondneuzen of ze daar interessante dingen zouden aantreffen. “Zo gaat dat niet, maar die angst leefde behoorlijk,” blikt Ilona Snoeren terug. “Of de vrees dat politiemensen medische informatie gingen gebruiken voor de opsporing. Inmiddels is veel van die weerstand verdwenen, juist omdat mensen die met elkaar samenwerken elkaars werkwijze leren kennen en vertrouwen.”

Lekgevaar

De opsporing zelf was ook niet zonder zorgen. Bij verzoeken om informatiedeling is een eerste reactie daar vaak om niet alles te willen doorgeven. Lekgevaar! Dan hoort iedereen wat de interessante subjecten van de opsporing zijn, en dan weet je maar nooit waar de info terechtkomt... Maar de RTCC’ers in de meldkamer kunnen specifiek instellen wie welke informatie krijgt.

Petra Gruppelaar: “Die spanning speelt altijd wel wat. De informatiepoot – de Dienst Regionale Intelligence Organisatie – heeft veel informatie, maar mogen ze dat wel allemaal delen met de tactische poot? Maar op de meldkamer heb je niet direct met TCI-informatie van informanten te maken, dus mijn idee is dat alle info die daar binnenkomt, gewoon ‘tactisch’ binnenkomt en dus direct te gebruiken is.”

Ilona Snoeren: “Juist omdat die begrijpelijke angst er is, is het mooi dat in het RTCC de OVD-R direct kan schakelen met Intelligence dichtbij hem: Wat is er nodig? Wat kan? Wat mag? En als er twijfel is over het delen, is het OM onze sparringpartner.” 

‘Rechercheurs concluderen soms dat ze een interventie hadden kunnen plegen als ze informatie direct hadden gehad’

Er mag dan wat tijd nodig zijn om te wennen aan en verfijnen van het RTCC-concept, de positieve ervaringen overheersen bij Ilona Snoeren en Petra Gruppelaar. Vooral omdat districten zich vaak blij tonen met informatie van het RTCC. Het geeft hun meer kansen, waardoor ze bijvoorbeeld niet alleen drugs in beslag kunnen nemen, maar ook aanhoudingen kunnen verrichten.

Soms kunnen opsporingshandelingen in een andere volgorde plaatsvinden. “En we zijn aan het bekijken of bij een bepaald type zaak of incident eerst de specialisten aan de slag kunnen. Het OT dat al gaat rijden, of zendmastgegevens die al worden veiliggesteld. Daarmee kun je naar de OVD-R: ‘Deze info hebben we al; wat wil je ermee?’. Nu wachten we vaak totdat de tactiek zegt: ‘OT, je mag gaan rijden’ – maar dan mis je die eerste uren al.”

Capaciteit besparen

 De twee erkennen het. Capaciteit was, is en blijft een probleem. “Maar op langere termijn hopen we juist efficiënter en effectiever te zijn. Waar we nu vaak opsporingsonderzoeken naar ons toe trekken die weken of maanden gaan duren, kan je nu korte klappen uitdelen omdat je aan de voorkant zit. Dan bespáár je capaciteit. Die bespaar je ook als je op basis van je informatie besluit geen onderzoek te draaien, of eerst eens kijkt wat de gemeente of het RIEC met de info kan.”

OM-breed wordt met belangstelling naar het Haagse RTCC gekeken, weet Petra Gruppelaar. “In het landelijk platform informatieofficieren heb ik een presentatie gegeven en samen hebben Ilona en ik dat gedaan voor het programma Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen, met daarin ook hoofdofficieren en korpschefs. De reacties zijn positief, met name omdat de opsporing er meer en eerder kansen door krijgt. We werken datagedreven en kijken en kiezen vanuit het grotere plaatje. Iedereen is benieuwd wat het RTCC uiteindelijk oplevert.”

Wie zitten in het RTCC?

In de eerste try-outfase van acht weken bestond het Real Time Crime Center uit drie politiefunctionarissen: een officier van dienst Recherche, een informatierechercheur en een tactisch operationeel specialist A. Dit trio werd gekoppeld aan een officier van dienst Informatie, een officier van dienst Operationeel Centrum en een RTIC (Real Time Intelligence Center)-medewerker. Die laatste drie werkten al in het Operationeel Centrum (OC). Zo konden RTCC en OC goed aansluiten op elkaars werk.

In een volgende try-outfase, die nu bezig is, zijn de officier van dienst Informatie en de officier van dienst Operationeel Centrum niet meer aan het RTCC gekoppeld omdat de samenwerking inmiddels goed tot stand is gekomen. Ook de informatierechercheur is eruit. Er wordt nu beproefd of de RTIC-medewerker die al in de meldkamer zit, bij het duiden van informatie in het realtimeproces ook de opsporingsinformatie wat dieper kan duiden. De tactisch operationeel specialist A is nu eveneens uit het RTCC. Zijn rol in het RTCC – het bedenken of plegen van mogelijke interventies voor de opsporing – kan mogelijk beter worden vervuld door de afdeling Specialistische Opsporing (denk bijvoorbeeld aan digitaal, forensisch, financieel, inzet observatieteam). Die afdeling zit niet in de meldkamer, maar schakelt voortdurend met het RTCC.

Met name de officier van dienst Recherche is cruciaal, zegt Ilona Snoeren. “Die OVD-R heeft binnen de opsporing het overzicht en zijn netwerken. Hij kan echt aansturen in het hier en nu van het operationele proces. Het is nu de uitdaging om zijn rol uit de verf te laten komen."