In het volgende hoofdstuk staan de kerncijfers die de prestaties van het OM in 2019 tot uitdrukking brengen. In dit hoofdstuk staan de introductie en toelichting daarop. Eerst komen enkele algemene ontwikkelingen aan bod. Vervolgens worden specifieke onderdelen van het werk van het OM uitgelicht.

Verschillende soorten zaken

Het OM kent vijf verschillende werkomgevingen, elk specifiek ingericht voor de optimale behandeling van een bepaald  soort zaken: 

  • Productie betreft zaken die het parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) behandelt. Daarbij gaat het om zogenoemde standaardzaken (veelal verkeerszaken): beroepszaken bij feitgecodeerde overtredingen en misdrijven, alsook beroepen en appelen tegen Mulder-overtredingen. 
  • Interventies betreft veel voorkomende criminaliteit waarbij altijd een verdachte in beeld is. Het gaat om strafzaken die door het OM zelf afgedaan kunnen worden of aan de rechter worden aangeboden voor een ‘enkelvoudige zitting’. Deze zaken worden veelal met de ZSM-werkwijze afgedaan. De essentie daarvan is dat in elke zaak maatwerk wordt geleverd via een aanpak die recht doet aan de belangen van de verdachte, het slachtoffer en de maatschappij. Daarbij is snelheid een belangrijk element; verdachten en slachtoffers weten snel waar ze aan toe zijn. Het OM is zeven dagen per week veertien uur per dag aanwezig op de ZSM-locatie om de zaken te behandelen. Deze zaken worden door alle arrondissementsparketten behandeld. 
  • Bij Onderzoeken gaat het om de strafrechtelijke aanpak van ernstige misdrijven met een grote impact op het slachtoffer, de directe omgeving en het veiligheidsgevoel in de samenleving; de zogenaamde high impact crimes. Deze zaken worden door alle arrondissementsparketten behandeld. 
  • Bij Ondermijning gaat het om de veelal integrale aanpak van vormen van criminaliteit met potentieel ingrijpende gevolgen voor maatschappelijke systemen, instituties, sociale verbanden en structuren. Deze zaken worden door de arrondissementsparketten, het Landelijk Parket en het Functioneel Parket behandeld. 
  • In Hoger Beroep komen alle zaken samen waarin op initiatief van de verdachte of het OM appel is ingesteld. Deze zaken worden door het Ressortsparket behandeld. 

Het werk in cijfers

In 2019 heeft het OM in totaal meer dan 200.000 misdrijfzaken, 17.000 hoger beroepszaken, 122.000 overtredingszaken en 406.000 beroepszaken tegen een verkeersboete behandeld. Opvallend is dat in 2019 de civiele werkzaamheden van het OM voor gedwongen opname van verwarde personen (BOPZ) met 11% toenamen tot 32.250 gevallen. Daarnaast constateert het OM dat de zaken gemiddeld genomen zwaarder worden en dat steeds vaker maatwerk gevraagd wordt, ook in eenvoudige zaken. Een grote zorg is het gebrek aan zittingscapaciteit die in 2019 verder kromp.

Geregistreerde criminaliteit stijgt voor het eerst sinds jaren

De politie levert meer dan 90% van alle strafzaken. Dat betekent dat ontwikkelingen bij de politie direct van invloed zijn op het OM. Na jaren van een daling, constateerde de politie dat de geregistreerde criminaliteit in 2019 is toegenomen. Het aantal ter kennis gekomen misdrijven steeg met 4% tot 817.000. Met name de stijging van het aantal aangiften van (online) fraude en oplichting viel op; dat steeg in één jaar met 24.000 (+ 30%). Maar ook de groei van het aantal aangiften voor verkrachting (+3%), diefstal met geweld (+11%), mensenhandel/mensensmokkel (+34%) en bedreiging (+35%) is opvallend en zorgwekkend. Daarnaast nam – net als in 2018 – het aantal door de politie geconstateerde verkeersmisdrijven (+4%) toe, vooral rijden onder invloed van alcohol of drugs (+13%). De toename van het aantal aangiften en meldingen is opvallend, omdat uit een periodiek onderzoek van het CBS blijkt dat de aangiftebereidheid van slachtoffers in 2019 niet is toegenomen. De toename van het aantal aangiften is dus niet het gevolg van een hogere aangiftebereidheid. In totaal deed 23% van de slachtoffers aangifte, net als in 2017. Van alle slachtoffers van identiteitsfraude, koop- en verkoopfraude, hacken en cyberpesten deed in 2019 slechts 8% aangifte.

Diefstal met bedreiging van een mes

Het slachtofferschap, het aandeel van de Nederlandse bevolking dat slachtoffer werd van een misdrijf, is in 2019 licht gedaald. Iets minder dan 14% van de Nederlanders van 16 jaar of ouder gaf aan in het afgelopen jaar slachtoffer te zijn geworden van een misdrijf. In 2017 was dat nog iets meer dan 15%. In 2012 was dat bijna 20%. Met name het aantal mensen dat slachtoffer werd van een vermogensdelict of van vandalisme nam af. Het aantal slachtoffers van een geweldsdelict bleef relatief stabiel, waarbij het slachtofferschap van bedreiging nog wel toenam. Niet verrassend, de groei van het aantal slachtoffers van cybercrime zette door; 13% van de Nederlandse bevolking gaf aan in 2019 slachtoffer te zijn geworden van een vorm van cybercrime, vooral van koop- en verkoopfraude, hacken en cyberpesten. In 2017 was dat nog 11% van de Nederlandse bevolking.

1 De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd en na te lezen in Secondant: https://ccv-secondant.nl/platform/article/multiprobleemverdachten-in-beeld

Meer aandacht voor multiproblematiek

De maatschappij verwacht meer van het OM. Dat merkt het OM ook bij de behandeling van relatief eenvoudige delicten. Daar levert het OM vandaag de dag steeds vaker maatwerk. Het volstaat niet meer om een zaak enkel vanuit strafrechtelijk perspectief te benaderen. Het OM besteedt steeds meer aandacht aan de achterliggende problematiek van de verdachte. Uit intern onderzoek1 dat in 2019 is verricht blijkt dat in 65% van de strafzaken sprake is van een verdachte met achterliggende problemen, bijvoorbeeld met de psychische gezondheid, schulden of verslaving. Bij een derde van de verdachten is sprake van een combinatie van problemen. De maatschappij verwacht van het OM dat het hier in strafzaken rekening mee houdt, om zoveel als mogelijk recidive te voorkomen. Dat betekent steeds meer samenwerking met ketenpartners als de reclassering en de verslavingszorg. Het gevolg is dat de behandeling van relatief eenvoudige strafzaken, zoals winkeldiefstal, eenvoudige vernieling of mishandeling, nu meer tijd en aandacht kost dan pakweg tien jaar geleden. Daarnaast vraagt de civiele taak van het OM en de Rechtspraak steeds meer capaciteit. Ter vergelijking: vijf jaar geleden behandelde het OM circa 24.000 BOPZ-dossiers om iemand gedwongen op te laten nemen in een inrichting omdat hij of zij een gevaar vormde voor zichzelf of voor anderen. In 2019 waren dat er 32.250; een toename van 35%. Ook de politie signaleert dat het aantal verwarde personen sterk stijgt. Het aantal zogenaamde E33-meldingen2 is verdubbeld sinds 2014; van iets meer dan 40.000 tot bijna 100.000.

2 Een E33-melding wordt gedaan bij overlast door een verward of overspannen persoon.

Eerste jaar nieuwe Veiligheidsagenda succesvol uitgevoerd

Na de succesvolle afronding van de eerste Veiligheidsagenda voor de periode 2015 - 2018 zijn in 2019 nieuwe afspraken gemaakt over de thema’s die prioriteit hebben. De minister van Justitie en Veiligheid, de regioburgemeesters en het College van procureurs-generaal hebben (met instemming van de Korpsleiding van de politie) een gemeenschappelijke Veiligheidsagenda opgesteld voor de periode 2019-2022. Centraal staan de thema’s georganiseerde misdaad, de bestrijding van mensenhandel, cybercrime, online seksueel misbruik en de executie van vonnissen.

Veiligheidsagenda 2019
Beleidsafspraken Realisatie 2018 Norm 2019 Realisatie 2019 2019 t.o.v. (plafond)norm 2019 
Ondermijning
Aantal aangepakte csv's 1.406 1.370 1.522 111%
Mensenhandel
Aantal gemelde slachtoffers bij Comensha 551 - 975
Aantal OM-verdachten mensenhandel 169 190 145 76%
Aantal complexe onderzoeken Niet bekend - 39
Cybercrime
Aantal cybercrime regulier 299 310 381 123%
waarvan alternatieve of aanvullende interventies         nb 77 36
Aantal fenomeenonderzoeken nb 41 21 51%
waarvan alternatieve of aanvullende interventies nb 20 0
Aantal hightech crime onderzoeken 21 20 19 95%
Totaal aantal onderzoeken cybercrime nb 371 421 113%
Online seksueel kindermisbruik
Inzet gericht op misbruiker / vervaardiger nb 100 193 193%
Inzet gericht op keyplayers / netwerken nb 15 15 100%
Inzet gericht op bezitters / verspreiders nb 400 632 158%
Totale inzet online seksueel kindermisbruik nb 515 840 163%
Executie
Positief afgedane dossiers nb 40% 51%
Aantal dossiers in behandeling nb 100 33

In 2019 hebben politie en OM 8% meer onderzoeken verricht naar criminele samenwerkingsverbanden dan in het voorafgaande jaar. De nieuwe doelstelling is hiermee ruimschoots behaald. Daarnaast zijn positieve resultaten behaald op het thema cybercrime. In 2019 werden 381 verdachten door het OM vervolgd; 71 meer dan de doelstelling voor 2019. Verder zijn 19 hightechcrime-onderzoeken afgerond, waarmee de doelstelling van twintig onderzoeken dicht is genaderd. Alleen de nieuwe fenomeenaanpak van cybercrime vergt nog enige aanlooptijd. Een fenomeenonderzoek is een gericht onderzoek naar een groep van criminelen die zich met een specifieke vorm van cybercriminaliteit bezighoudt, zoals het hacken en misbruiken van gebruikersaccounts van webwinkels, WhatsApp-fraude of via phishing-mails toegang krijgen tot de banktegoeden van een slachtoffer. Goede resultaten zijn ook te zien op het thema online seksueel kindermisbruik. Met name het aantal verrichte onderzoeken gericht op misbruikers en bezitters of verspreiders is flink hoger dan afgesproken. 

Gezien de ernst van het delict, is het lagere aantal ingestroomde verdachten van mensenhandel een zorg. In 2019 is de inzet van de mensenhandelteams van de politie lager geweest dan gewenst. Daarbij speelt mee dat deze slachtoffers zich niet spontaan aandienen bij de politie. Alleen met goed speurwerk komt dit soort delicten in beeld. Dat vraagt gespecialiseerde en deskundige capaciteit van de politie. Niet elke politieagent kan hiervoor worden ingezet. Voor 2020 is de afspraak gemaakt dat het aantal ingestroomde verdachten weer moet stijgen. 
 

Cijfers Georganiseerde Criminaliteit

Ondermijning in de wijk
Auto met kogelgaten

Aanpak criminele samenwerkingsverbanden groeit verder 

De bestrijding van ondermijnende criminaliteit en actieve criminele samenwerkingsverbanden (csv's) is al jaren prioriteit. Het is niet voor niets een onderdeel van de Veiligheidsagenda. Maar bij de aanpak van de georganiseerde criminaliteit zijn ook andere opsporingsdiensten betrokken, zoals de FIOD en de KMar3
 

De resultaten wijken derhalve af van de resultaten die in het kader van Veiligheidsagenda (VA) worden gepresenteerd. De VA-afspraken hebben enkel betrekking op de inspanningen politie en OM.

De inzet van het OM in de aanpak van georganiseerde criminaliteit en andere vormen van ondermijning omvat veel meer dan de cijfers over onderzoeken of strafzaken kunnen laten zien. Vaak gaat het om zeer complexe en langdurige opsporingsonderzoeken met een groot aantal verdachten, getuigen en slachtoffers, steeds vaker met internationale dimensies. Daarbij neemt het OM actief deel aan de integrale aanpak, in samenwerking met het lokaal bestuur, de politie en de Belastingdienst. Niet in alle onderzoeken is de inzet om een verdachte strafrechtelijk te vervolgen. Soms wordt meer effect behaald met bestuurlijke of fiscale interventies.

De verhoogde inzet op de bestrijding van georganiseerde misdaad leidt in ieder geval tot een toename van het aantal strafrechtelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden. Het aantal nieuwe en lopende onderzoeken steeg in 2019 verder tot bijna 2.300 onderzoeken. In 2015 waren dat nog 1.765 onderzoeken. De toename is vooral het gevolg van de groei van het aantal onderzoeken dat door de arrondissementsparketten wordt uitgevoerd. Dat steeg met 30%.

Aantal onderzoeken

Aantal onderzoeken
20152016201720182019
Arrondissementsparketten9311.0991.1971.2851.406
Functioneel Parket413492519479445
Landelijk Parket421490420437444
Totaal1.7652.0812.1362.2012.295
Brontabel als csv (197 bytes)

Om zicht te krijgen op de thematiek van de onderzoeken is een onderscheid te maken naar het belangrijkste aandachtsgebied van het onderzoek. In veel gevallen heeft een onderzoek ook een tweede aandachtsgebied. Zo kennen drugsonderzoeken of onderzoeken naar de zogenaamde Outlaw Motor Gangs (OMG’s) regelmatig witwassen of vuurwapens en explosieven als tweede aandachtsgebied. Witwassen komt omgekeerd vaak voor in combinatie met drugshandel of mensenhandel. En vuurwapens en explosieven zijn vaak een combinatie met levensdelicten. Veel criminele groeperingen zijn immers op verschillende criminele terreinen actief.

Van de onderzoeken die worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de arrondissementsparketten richt het merendeel zich op de productie van en handel in drugs en het witwassen van de daarbij verdiende winsten. Het aantal onderzoeken naar synthetische drugs nam in 2019 daarbij opvallend toe; een stijging van 34% ten opzichte van het jaar daarvoor. Verder groeide de aandacht voor de aanpak van (georganiseerde) cybercrime. In 2019 startten politie en arrondissementsparketten meer dan drie keer zoveel onderzoeken naar cybercrime dan in de voorgaande jaren.

Aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv's door arrondissementsparketten naar aandachtsgebied

Aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv's door arrondissementsparketten naar aandachtsgebied
20152016201720182019
Grootschalige hennepteelt111111124120124
Cocaïne en heroïne92135151168171
Synthetische drugs57105118139186
Mensenhandel128106117113116
Mensensmokkel738373230
Wapens en explosieven4048404956
Witwassen140147153156165
OMG's3440393829
Hollandse netwerken43121
Ideologische misdaad1935363940
Geweld en zeden3737486270
Levensdelicten105112111118131
Cybercrime1931362693
Fraude6368728263
Vermogensdelicten5254648376
Overig2329505855
Totaal9311.0991.1971.2851.406
Brontabel als csv (587 bytes)
Naambordje Holleeder in de extra beveiligde zittingszaal

Levenslang in megaproces-Holleeder

63 inhoudelijke terechtzittingen tussen 5 februari 2018 en 4 juli 2019. Zes deelonderzoeken: Viool, Enclave, Agenda, Perugia, Fazant en Boeddha. Met een belangrijke rol voor twee kroongetuigen, twee zussen van de verdachte en een ex-partner. Alles vallend onder de paraplu van mega-onderzoek Vandros, dat één verdachte telde: Willem Holleeder, die uitlokking van verschillende moordaanslagen ten laste is gelegd en deelname aan een criminele organisatie.

Uiteindelijk, op 1 maart 2019, vragen de officieren van justitie rechtbank Amsterdam Willem Holleeder te veroordelen tot een levenslange gevangenisstraf. Volgens de aanklagers maakt hij deel uit van een criminele organisatie en is hij schuldig aan het uitlokken van zes levensdelicten en twee pogingen. 

De straf moet volgens hen duidelijk maken dat de maatschappij geen genoegen neemt met mensen, die menen te kunnen beslissen over andermans leven, geld en goederen. Holleeder leek ‘de dood als bagage met zich mee te dragen’. Zijn motieven zijn uiteindelijk altijd terug te voeren naar geld en macht, het verwerven of behouden van zijn positie in het criminele milieu.

4 juli 2019 spreekt de rechtbank zijn vonnis uit in de zaak die maandenlang door de media werd gevolgd. “Hoewel de pers op alle zittingsdagen ruimschoots aanwezig was,”  zegt de rechtbank daarover, “heeft die aanwezigheid geen enkele invloed gehad op het onderzoek ter terechtzitting en de rust waarin dit onderzoek heeft plaatsgevonden. (...) De rechtbank baseert haar oordeel enkel op de inhoud van het onderzoek en op wat in het onderzoek op de terechtzitting naar voren is gekomen.”

De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van de getuigen, waaronder de zussen en de ex-vriendin van Holleeder, betrouwbaar zijn, evenals de verklaringen van de twee kroongetuigen, de anonieme getuige en die van het latere slachtoffer Endstra. Samen hebben deze verklaringen een belangrijke bijdrage geleverd aan het bewijs dat Holleeder de hem tenlastegelegde feiten inderdaad heeft gepleegd.

In de geschiedenis van Holleeder ziet de rechtbank een ontwikkeling van kwaad tot erger, van geldlust, machtsdenken en geweldplegingen. Zijn gewelddadigheid heeft ertoe geleid dat naaste familieleden pas de moed vonden om te verklaren toen ook zij geen andere uitweg meer zagen. Gewetenloos en onverschillig beschikte hij over leven en dood van anderen. De rechtbank komt tot de conclusie dat er een groot gevaar voor herhaling van gewelddadige strafbare feiten van hem uitgaat.

De rechtbank legt Holleeder levenslang op, voor het uitlokken van zes aanslagen tussen 2002 en 2006. Bij die aanslagen werden vijf moorden, een doodslag en een poging tot moord gepleegd en werd aan één slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toegebracht. De rechtbank acht bewezen dat Holleeder met anderen een criminele organisatie vormde die de aanslagen liet plegen. Koelbloedige liquidaties, gepleegd op bestelling, in georganiseerd verband en tegen betaling van hoge geldbedragen.

De verdachte is in hoger beroep gegaan.

Ordner met verzekeringspapieren (archieffoto)

Proeftuin verzekeringsfraude

De zogenoemde ‘proeftuin verzekeringsfraude’  is een samenwerking tussen het Verbond van Verzekeraars, Zorgverzekeraars Nederland, politie en het Openbaar Ministerie. Deze partijen hebben met elkaar een convenant gesloten met als doel verzekeringsfraude effectiever aan te pakken. De samenwerking heeft geresulteerd in de ‘proeftuin privaat-publieke samenwerking’, waarbij de toedracht van de verzekeringsfraude door de maatschappij zelf wordt onderzocht. Het dossier wordt vervolgens overgedragen aan het Openbaar Ministerie, dat de zaak op zitting aanbrengt.

Het doel van de proeftuin en de zittingen was om met deze zaken een juridisch oordeel te krijgen van de rechtbank over de privaat-publieke samenwerking tussen verzekeraar en Openbaar Ministerie. En meer specifiek: of de dossiervorming door private partijen voldoende en adequaat is om verdachten strafrechtelijk te kunnen vervolgen. Het experiment bestond uit twee zaken, die in 2019 op zitting stonden. In één van de zaken werden twee Dordtenaren verdacht van het in scène zetten van een auto-ongeluk om zo verzekeringsgeld te incasseren.

De rechtbank oordeelde tijdens de zitting eind oktober dat het OM niet-ontvankelijk was, omdat er geen opsporingsonderzoek zou hebben plaatsgevonden in de zin van de wet. In de visie van het Openbaar Ministerie kan ook binnen het door de rechtbank toegepaste wettelijke kader geconcludeerd worden dat er wel sprake geweest van opsporingsonderzoek in de zin van de wet. Hierom heeft het Openbaar Ministerie besloten om in Hoger Beroep te gaan.

Het aantal onderzoeken dat onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Parket wordt uitgevoerd, vaak door de Landelijke Recherche, is behoorlijk stabiel. Er zijn in de jaren wel verschuivingen zichtbaar tussen de aandachtsgebieden. Zo neemt sinds 2017 het aantal onderzoeken naar ideologische misdaad af en groeit ook bij het Landelijk Parket de aandacht voor cybercriminaliteit. Net als bij de arrondissementsparketten is een fors deel van de onderzoeken gericht op de opsporing van druggerelateerde misdrijven. 

Aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv's door het Landelijk Parket naar aandachtsgebied

Aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv's door het Landelijk Parket naar aandachtsgebied
20152016201720182019
Grootschalige hennepteelt47021
Cocaïne en heroïne3349668479
Synthetische drugs4469556552
Mensenhandel en mensensmokkel2319192225
Wapens en explosieven421201418
Witwassen142715310470
OMG's56321
Hollandse netwerken113402
Ideologische misdaad58152823236
Internationale misdaad612191614
Kinderporno117151017
Cybercrime4843464786
Levensdelicten88679
Fraude07251
Vermogensdelicten122331
Geweld en zeden03435
Overig1211232127
Totaal421490420437444
Brontabel als csv (578 bytes)

Strafrechtelijke onderzoeken die onder verantwoordelijkheid van het Functioneel Parket worden uitgevoerd, concentreren zich primair op fraude en milieucriminaliteit. Het merendeel van de  onderzoeken wordt verricht in samenwerking met de FIOD, de politie en de opsporingsdiensten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 

Aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv's door het Functioneel Parket naar aandachtsgebied

Aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv's door het Functioneel Parket naar aandachtsgebied
20152016201720182019
Fraude286365394366350
Milieu12412712511395
Overig30000
Totaal413492519479445
Brontabel als csv (128 bytes)

In 2019 behandelde het OM circa 2.200 strafzaken tegen een verdachte met een relatie naar de georganiseerde criminaliteit. In 480 zaken besloot de officier van justitie tot een sepot, in iets meer dan honderd zaken werd een transactie aangeboden. In 2019 sprak de rechter in 1.508 zaken een vonnis uit, waarbij 1.257 verdachten schuldig werden  bevonden en 188 verdachten werden vrijgesproken. Het aantal vrijspraken daalde ten opzichte van de twee voorgaande jaren. 

Aantal uitspraken rechter in ondermijningszaken

Aantal uitspraken rechter in ondermijningszaken
20152016201720182019
Schuldig7659319591.1731.257
Vrijspraak108146201225188
Overig83911107363
Totaal9561.1681.2701.4711.508
Brontabel als csv (153 bytes)

Van de 1.257 strafzaken waarin de verdachte door de rechter schuldig werd bevonden legde de rechter  in 1.025 gevallen een vrijheidsstraf op. In 152 zaken was dat in combinatie met een taakstraf. In totaal legde de rechter aan 286 personen een taakstraf op. In 93 zaken werd (ook) een geldboete opgelegd voor een totaalbedrag van €3,9 miljoen.

Aantal veroordelingen tot een vrijheidsstraf in ondermijningszaken

Aantal veroordelingen tot een vrijheidsstraf in ondermijningszaken
20152016201720182019
Tot 1 jaar308354327436431
Tussen 1 en 2 jaar97171158221207
Tussen 2 en 5 jaar107187218238282
Meer dan 5 jaar34546993105
Totaal5467667729881.025
Brontabel als csv (201 bytes)

Indicatief voor de toenemende ernst van de bewezen misdrijven is het gegeven dat de rechter in 2019 vaker een lange vrijheidsstraf heeft opgelegd dan in de voorgaande jaren. Het aantal personen dat door de rechter werd veroordeeld voor een celstraf tussen 2 en 5 jaar nam in 2019 toe met 18% ten opzichte van het jaar ervoor. Het aantal personen dat werd veroordeeld voor een vrijheidsstraf van meer dan 5 jaar steeg met 13%. Daarvan kregen 31 personen meer dan 10 jaar. Twee personen kregen levenslang.

Bloemen bij tram

Levenslang voor aanslag tram Utrecht

Op 18 maart 2019 ontvangen de hulpdiensten rond kwart voor elf ’s ochtends een groot aantal meldingen van een schietpartij op het 24 Oktoberplein in Utrecht. Al snel blijkt dat er meerdere mensen zijn neergeschoten. Nadat agenten de schutter al snel herkennen op camerabeelden uit de tram, wordt er door politie en Openbaar Ministerie een klopjacht op de verdachte geopend. De politie doet invallen op diverse plekken die gerelateerd kunnen worden aan de gezochte man. Dit leidt rond zes uur ‘s avonds tot de aanhouding van de verdachte in een woning aan de Oudenoord in Utrecht.

In en rond de tram blijken drie mensen om het leven te zijn gekomen als gevolg van schotwonden. Diverse anderen zijn gewond geraakt, van wie sommigen ernstig. Eén van hen overlijdt tien dagen later alsnog aan zijn verwondingen.

In de periode na 18 maart 2019 wordt uitgebreid onderzoek gedaan door politie en Openbaar Ministerie. Het Pieter Baancentrum verricht een persoonlijkheidsonderzoek.

Op 5 maart 2020 spreekt het OM zijn strafeis uit voor rechtbank Utrecht. Camerabeelden, forensisch onderzoek, verklaringen van getuigen en verklaringen van de verdachte hebben volgens de officieren van justitie het wettige en overtuigende bewijs geleverd: het is verdachte Gökmen T. die op 18 maart in en rond de tram heeft geschoten en hij heeft dit gedaan met een terroristisch oogmerk. De verdachte wordt verantwoordelijk gehouden voor de moord op vier mensen, poging moord op drie mensen en bedreiging met een misdrijf van zeventien mensen.

De officieren van justitie rekenen de verdachte zijn daden zeer zwaar aan. Dat hij volgens het Pieter Baancentrum een persoonlijkheidsstoornis heeft, zwakbegaafd is en daardoor verminderd toerekeningsvatbaar, zetten de officieren af tegen de ernst van de feiten. Ook meegewogen is de consequent respectloze proceshouding van de verdachte, die het leed voor nabestaanden en slachtoffers verder vergroot heeft. Bij de veroordeling van een verdachte die willens en wetens onschuldige mensen vermoordt, verwondt en bedreigt, moet vergelding voorop staan. De totale afwezigheid van berouw, maakt de kans op recidive aanzienlijk. Dit alles afwegende, komen de officieren van justitie tot de conclusie dat alleen een eis tot levenslange gevangenisstraf passend is.

Op 20 maart 2020 wordt de verdachte conform de eis veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en het betalen aan meerdere slachtoffers van een financiële schadevergoeding.

Aantal veroordelingen tot een vrijheidsstraf in 2019 naar aandachtsgebied

Aantal veroordelingen tot een vrijheidsstraf in 2019 naar aandachtsgebied
1 jaar1 tot 2 jaar2 tot 5 jaarMeer dan 5 jaarTotaal
Productie en handel in drugs1409515236423
Mensenhandel en mensensmokkel521520289
Wapens en explosieven11148134
Witwassen371517372
OMG's47201243
Geweld en zeden8661030
Levensdelicten12432241
Cybercrime29911150
Vermogensdelicten27714856
Fraude7124161112
Milieu1954028
Overig21611947
Totaal4312072821051.025
Brontabel als csv (441 bytes)

Verreweg de meeste veroordelingen tot een vrijheidsstraf in ondermijningszaken komen voort uit de onderzoeken naar handel en productie in drugs. Daarvan werden in 2019 in totaal 423 personen veroordeeld tot een vrijheidsstraf.

Ontruiming van een wietplantage
Gevangenis

Toelichting op de kerncijfers

Instroom strafzaken stabiel

Het OM registreerde in 2019 188.600 nieuwe strafzaken. In 2018 waren dat er 169.800. De gestegen instroom is het gevolg van een gewijzigd registratiebeleid. Tot 2019 legde de officier van justitie een groot deel van de sepotbeslissingen vast in BOSZ, een politiesysteem. Vanaf 1 januari 2019 worden alle sepotbeslissingen geregistreerd in het eigen GPS-systeem. Vandaar dat deze zaken nu meetellen bij de instroom (en uitstroom) van het OM.4  Het aantal sepotbeslissingen dat werd vastgelegd in het politiesysteem daalde van 34.200 in 2018 naar 5.800 in 2019. Vermoedelijk worden in 2020 helemaal geen sepotbeslissingen meer vastgelegd in BOSZ.

4 Het is daarom nodig om alert te zijn op trendbreuken ten opzichte van 2018.  Er is niet altijd sprake van een reële stijging.

Als de extra sepotbeslissingen buiten beschouwing worden gelaten, dan is sprake van een instroom van strafzaken die nagenoeg gelijk is aan de instroom van vorig jaar. Dat betekent dat de sterke afname van de instroom van nieuwe strafzaken waarmee het OM tot 2017 werd geconfronteerd, voorbij is. 

Van de 188.600 strafzaken werden 175.000 zaken aangeleverd door de politie. Het aantal strafzaken met een minderjarige verdachte steeg met 30%. Maar ook dat is een gevolg van het nieuwe registratiebeleid voor sepotbeslissingen. Als de extra sepotbeslissingen niet worden meegeteld, is echter nog steeds een toename zichtbaar van 4%. Opvallend is dat de toelevering vanuit andere opsporingsdiensten dan de politie in 2019 verder is afgenomen, met 8%. 

Naast nieuwe misdrijfzaken stromen bij het OM ook strafzaken in die al eerder door het OM zijn behandeld. Het gaat dan meestal om strafzaken die zijn afgedaan met een strafbeschikking, maar waartegen de bestrafte in verzet is gegaan, of waarin het voor het CJIB niet mogelijk is gebleken om de strafbeschikking te executeren. In dat geval moet het OM de zaak opnieuw beoordelen en een nieuwe beslissing nemen. In 2019 werden 11.900 misdrijfzaken opnieuw beoordeeld door het OM.

Speeltuin (archieffoto)

Geen vervolging zaak speeltuin Assen

Vijf mannen die werden verdacht van betrokkenheid bij de dood van een 32-jarige man uit Assen worden niet vervolgd. Het arrondissementsparket Noord-Nederland maakt op 16 december 2019 bekend dat de zaken zijn geseponeerd. Deze beslissing is genomen naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van de politie en het NFI over de gebeurtenissen op 24 augustus 2019 in een speeltuin in de wijk Peelo in Assen. 

Uit het politieonderzoek is naar voren gekomen dat de overleden man zich schuldig heeft gemaakt aan een zedendelict waarbij een 4-jarige meisje slachtoffer is geworden. De recherche heeft op de telefoon van de man filmmateriaal aangetroffen van het zedendelict. 
Toen haar vader op de hoogte raakte van het incident in de speeltuin, heeft hij de man, die met zijn fiets probeerde weg te komen, tegengehouden. Hierbij ontstond een handgemeen en raakte de man uiteindelijk ten val. 

Vier andere mannen kwamen op het hulpgeroep af en probeerden de man in bedwang te houden in afwachting van de reeds opgeroepen politie. Op het moment dat de politie arriveerde, constateerden de mannen dat de zedenverdachte niet meer reageerde. De politie begon direct met reanimeren, maar de man overleed ter plekke. 

Onderzoek van het NFI toont aan dat het overlijden kan worden verklaard uit een combinatie van de inbedwanghouding, afwijkingen in het hart en effecten van de inname van amfetamine en alcohol. Hoewel de inbedwanghouding deels heeft kunnen bijdragen aan het overlijden, hebben de verdachten dit gevolg volgens het OM niet gewild of kunnen voorzien. 

Het OM is van oordeel dat het handelen van de mannen kan worden gezien als een gerechtvaardigd burgeroptreden naar aanleiding van een ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit. Burgers mogen in zo’n geval iemand aanhouden en daarbij afhankelijk van de omstandigheden gepast geweld gebruiken om iemand te kunnen overdragen aan de politie. Hoewel de aanhouding een onbedoeld ernstige afloop had, valt de mannen niets strafrechtelijks te verwijten.

De behandeling van misdrijfzaken 

In 2019 behandelde het OM in totaal 199.500 misdrijfzaken; 8% meer dan in 2018. Als de extra sepotbeslissingen niet meetellen, dan daalt per saldo de uitstroom van strafzaken licht, met circa 3.000 zaken. Van de 199.500 strafzaken is 52%, ofwel 104.300 strafzaken, zelfstandig door het OM afgedaan en 95.200 via de rechter. In 2018 deed het OM 88.500 strafzaken zelfstandig af en stroomden 97.000 zaken uit via de rechter. 

Inclusief de sepotbeslissingen die in het politiesysteem BOSZ zijn geregisteerd, besliste de officier van justitie in 63.000 zaken tot een onvoorwaardelijk sepot, waarvan in 72% vanwege onvoldoende bewijs (technisch sepot). In 2018 waren dat nog 74.100 sepotbeslissingen. In 9.100 zaken werd het sepot voorwaardelijk opgelegd. In 33.000 strafzaken werd een strafbeschikking opgelegd en in 3.900 een transactie. In 2019 zijn 95.200 zaken door de rechter afgedaan na een dagvaarding of na een verzet tegen een strafbeschikking. Dat is 2% minder dan in 2018, maar een stuk lager dan in 2016 en 2017 toen nog circa 103.000 zaken werden afgehandeld via de strafrechter. 

Het totaal aantal strafzaken dat het OM in 2019 heeft behandeld is weliswaar licht gedaald ten opzichte van vorig jaar, maar de complexiteit en de ernst van de zaken die het OM behandelt is toegenomen. Dat komt niet alleen door de aanpak van ondermijnende criminaliteit (zie voorgaande paragraaf), maar ook het aantal strafzaken waarin sprake is van high impact crime zoals ernstige geweldsmisdrijven, zedenmisdrijven, overvallen of straatroven, steeg met 2%. Zo nam het aantal ernstige zedenzaken dat werd behandeld door het OM toe met 6% ten opzichte van 2018. Daarnaast zag het OM een toename van 12% van geweldszaken waarbij door de verdachte een wapen werd gebruikt; van 1.000 naar 1.150 verdachten. Daarvan waren 117 verdachten minderjarig. Verder nam het aantal verdachten dat wordt vervolgd voor cybercrime toe met 26%. Bijna 400 verdachten van bijvoorbeeld hacking, phishing, of het plaatsen van ransomware, met vaak veel slachtoffers, moesten zich verantwoorden voor de rechter of kregen een straf opgelegd door het OM. 

Slachtoffer vraagt om hulp

Naast hogere straffen in de ondermijningszaken legde de rechter ook in andere strafzaken vaker een hoge straf op. Het aantal korte vrijheidsstraffen tot 1 jaar bleef gelijk, het aantal vrijheidsstraffen tussen 1 en 2 jaar steeg met 14% tot 1.280, het aantal vrijheidsstraffen tussen 2 en 5 jaar steeg met 11% tot 1032 en het aantal vrijheidsstraffen van meer dan 5 jaar steeg met 3% tot 260.5

Deze aantallen bevatten ook de eerder genoemde vrijheidsstraffen in ondermijningzaken.

De toename van lange vrijheidsstraffen is al langer zichtbaar. Sinds 2016 is het aantal verdachten dat veroordeeld is tot een vrijheidsstraf van 10 jaar of langer met 65% gestegen. In 2019 werden verder in totaal vier verdachten door de rechter veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Dat is sinds 2013 niet meer voorgekomen. Daarnaast werden in 2019 1.102 verdachten veroordeeld tot TBS of een gedwongen opname in een inrichting of kliniek. Dat is een toename van 36% sinds 2016; toen legde de rechter bij 811 verdachten een dergelijke maatregel op.

Het aantal vrijspraken daalde in 2019 verder tot 6.800. In 2015 was meer dan 10% van alle vonnissen een vrijspraak. In 2018 was dat percentage al gedaald naar 8% en in 2019 is het percentage vrijspraken afgenomen tot 7% van het totaal aantal eindvonnissen. 

Tekort aan zittingscapaciteit

Het OM is in 2019 geconfronteerd met een tekort aan zittingscapaciteit bij de rechtbanken en gerechtshoven. Het lukte ondanks flinke gezamenlijke inspanningen niet om alle zaken die het OM had willen aanbrengen, ook tijdig te behandelen. De voorraad aan strafzaken bij het OM die op zitting moeten worden gepland nam in één jaar toe met 13%. De doorlooptijd van de strafzaken die door een meervoudige kamer werden behandeld nam in 2019 toe tot gemiddeld 14 maanden. Dit verhoudt zich niet tot wat burgers mogen verwachten. Het is aan slachtoffers, maar ook aan verdachten, moeilijk uit te leggen waarom het langer dan een jaar duurt voordat een rechter de zaak kan behandelen.

Hoger Beroep

In 2019 werd in 17.200 gevallen door de verdachte en/of de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechter. Dat is nagenoeg gelijk aan het aantal beroepen in het voorgaande jaar. Het beroepspercentage verschilt per type zaakstroom. In 10% van de eenvoudige misdrijven (vooral verkeersmisdrijven) die op zitting zijn behandeld tekende de verdachte hoger beroep aan. Bij de reguliere politierechterzaken ging 16% van de verdachten in hoger beroep. Het beroepspercentage is hoger naarmate het misdrijf ernstiger is en de straf hoger; 23% van de verdachten van een high impact crime-zaak ging in hoger beroep en 37% van de verdachten van een ondermijningszaak. Deze beroepspercentages zijn al enkele jaren behoorlijk stabiel. 

Bij het Ressortsparket en de gerechtshoven stroomden in 2019 meer dan 17.000 strafzaken uit met een arrest van het gerechtshof. Dat is 12% meer dan vorig jaar. De uitstroom van standaardzaken steeg opvallend ten opzichte van vorig jaar. De convenantafspraken met alle gerechtshoven voor 2020 laten een ombuiging naar maatwerk zien. De uitstroom in de overige zaakstromen, inclusief de megazaken6, bleef behoorlijk stabiel. 

6 Onder een megazaak wordt een strafzaak verstaan waarvoor tenminste twee volledige zittingsdagen nodig zijn om de zaak te behandelen.

Datzelfde geldt voor het aantal behandelde klachten en verzoeken bij het gerechtshof, zoals het aantal artikel 12-klachten. Insgevolge artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering kan een rechtstreeks belanghebbende zich bij het gerechtshof beklagen over (in het bijzonder) de beslissing van het OM om in een zaak niet tot vervolging over te gaan.

Ondanks de verhoogde uitstroom, was ook bij de gerechtshoven in 2019 sprake van een tekort aan beschikbare zittingscapaciteit. De voorraad aan strafzaken waarvan het beroep nog behandeld moet worden is flink gegroeid. Dat geldt zeker voor de zwaardere zaken, zoals de maatwerkzaken en de megazaken. 

Hoger beroep

Ook in hoger beroep 8 jaar cel voor veroorzaker dodelijk ongeval ring A10

Een 52-jarige man heeft 8 jaar gevangenisstraf opgelegd gekregen voor het veroorzaken van een dodelijke aanrijding op de ring Amsterdam in december 2018. Dat blijkt uit het hoger beroep dat in november 2019 bij het Gerechtshof Amsterdam diende. Eerder legde de rechtbank de man dezelfde gevangenisstraf op. De aanrijding was het gevolg van een verkeersruzie. Een man en een vrouw die op een motor zaten kwamen bij de aanrijding om het leven.

Uit verklaringen van de 52-jarige automobilist en enkele getuigen blijkt dat alles is begonnen met het afsnijden van de auto van de man door de motorrijder. De automobilist schrok van de actie van de motorrijder, remde en raakte daarbij de vangrail. Vervolgens is hij achter de motor aangereden om – naar eigen zeggen - het kenteken te noteren. Daarbij probeerde hij de motor tot stoppen te dwingen. Volgens getuigen heeft hij een aantal keren naar rechts ingestuurd richting de motor. "Dit alles bij een snelheid van 110 kilometer per uur, in het donker en met harde regen", licht de advocaat-generaal tijdens de rechtszitting toe. 

De motorrijder zou volgens ooggetuigen trappende bewegingen hebben gemaakt naar de auto. Uiteindelijk raakte de automobilist de motor twee keer. Bij de tweede keer ging de motor onderuit met de dood van de man en de vrouw tot gevolg. 

De advocaat-generaal is van mening dat sprake is van voorwaardelijk opzet op de dood van beide slachtoffers. "Als je onder de gegeven omstandigheden bewust als automobilist instuurt op een motor kan dat niet goed gaan. Dan neem je de aanmerkelijke kans op de koop toe dat het verschrikkelijk misgaat. En dat is helaas ook gebleken", aldus de advocaat-generaal.

Naast de opgelegde gevangenisstraf van 8 jaar mag de man tot 4 jaar na zijn gevangenisstraf geen motorrijtuig meer besturen. 

Doorlooptijden misdrijfzaken

Binnen de strafrechtketen is verkorting van de doorlooptijd een belangrijk thema. De doorlooptijd van een strafzaak is om meerdere redenen van belang. Te lange doorlooptijden zijn onwenselijk, omdat zij tekort doen aan het belang van slachtoffers van misdrijven, het recht van verdachten op berechting binnen een redelijke termijn en de effectiviteit van een straf of maatregel. Daarnaast houdt de rechter er bij een veroordeling rekening mee dat iemand lang op de uitspraak heeft moeten wachten. Het OM heeft zelf invloed op de doorlooptijd vanaf het moment dat de zaak bij het OM instroomt tot het moment dat de zaak zelfstandig door het OM kan worden afgedaan, bijvoorbeeld met een strafbeschikking. De doorlooptijd vanaf het moment dat het OM besluit de zaak voor de rechter te brengen tot aan het vonnis of het arrest is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het OM en de Rechtspraak.

De doorlooptijd van een strafzaak is afhankelijk van veel factoren, maar vooral de complexiteit van de strafzaak bepaalt de doorloopsnelheid. De gemiddelde doorlooptijd van misdrijven zoals rijden onder invloed, verlaten plaats ongeval of eenvoudige diefstal die zelfstandig zijn afgedaan door het parket CVOM met een strafbeschikking, een (voorwaardelijk) sepot of een transactie, is gedaald van 300 dagen in 2018 tot 200 dagen in 2019. De doorlooptijd van zaken die via de rechter zijn afgedaan is stabiel. Het duurde net als in 2018 gemiddeld iets meer dan 200 dagen voordat de zaak door de rechter was afgedaan. 

Gemiddeld duurde het 123 dagen voordat het OM een interventiezaak zelfstandig had afgehandeld. Dat is een stuk sneller dan in 2018. Dat hangt samen met het eerder aangehaalde registratiebeleid om alle sepotbeslissingen vast te leggen in de OM-systemen. De zaken die door de rechter zijn afgedaan stroomden gemiddeld na 228 dagen uit met een vonnis; 64% van de zaken werd binnen 6 maanden afgerond. Zaken die via het ZSM-traject lopen hebben een kortere behandeltijd; in 2019 werd een ZSM-zaak door het OM gemiddeld binnen 70 dagen na instroom afgedaan; 81% van de verdachten vernam binnen 3 maanden de afloop. De ZSM-zaken die via de rechter werden afgedaan stroomden gemiddeld binnen 191 dagen uit (ofwel 6 maanden); 71% van de ZSM-verdachten hoorde binnen 6 maanden het vonnis. 

ZSM

De doorlooptijd van een omvangrijke ondermijningszaak is, niet verrassend, een stuk langer dan die van de andere zaakstromen. Het zijn immers voor het grootste deel complexe strafzaken, vaak met meerdere verdachten, waarbij meerdere zittingsdagen nodig zijn om de zaak tot een eindvonnis te brengen. De belangen zijn groot voor de verdachten, en niet zelden hebben zij voldoende financiële draagkracht om een sterke juridische bijstand te organiseren. De doorlooptijd van ondermijningszaken bedroeg in 2019 gemiddeld 615 dagen (een jaar en 8 maanden) van instroom tot eindvonnis. 

Bij een hoger beroep duurt het gemiddeld 130 dagen ofwel iets meer dan 4 maanden voordat het dossier wordt ontvangen door het Ressortsparket voor de behandeling in tweede aanleg. Die doorlooptijd is in de laatste jaren niet veel gewijzigd. In gemiddeld 354 dagen stromen de hoger beroepszaken weer uit met een arrest. Uiteraard zijn hier verschillen tussen de zaakstromen. De eenvoudiger hoger beroepszaken, de zogenaamde standaardzaken, die deels ook enkelvoudig worden afgedaan, stromen gemiddeld binnen 292 dagen uit. Bij de zwaardere onderzoekszaken duurt het gemiddeld 424 dagen voordat een arrest is gewezen. In megazaken is net als bij de behandeling van de ondermijningzaken door de rechtbank de doorlooptijd uiteraard een stuk langer: gemiddeld duurde het in 2019 849 dagen voordat het hoger beroep was afgerond.

De behandeling van overtredingszaken 

Een overtreding is in het strafrecht een relatief licht strafbaar feit. Vaak betreft het strafbare feiten die worden gepleegd in het verkeer of overlastfeiten. Het parket CVOM behandelt nagenoeg alle overtredingszaken. Daarbij stellen de medewerkers van het parket CVOM in de meeste politiedossiers vast of er sprake is van bewijsbare schuld. In 2019 werd in 194.300 politiedossiers vastgesteld of de schuld kon worden bewezen. In 2018 waren dat nog 174.600 politiedossiers. Een deel van de dossiers wordt vervolgens direct doorgestuurd naar het CJIB voor een strafbeschikking, een ander deel wordt geregistreerd door het parket CVOM voor een beoordelingstraject. Op een later moment komt een deel van de door het CJIB-oplegde strafbeschikkingen alsnog voor een beoordeling bij het parket CVOM terecht, meestal nadat de bestrafte in verzet is gegaan. In totaal stroomden 123.800 overtredingszaken in. 

Auto met ingeslagen achterruit

De medewerkers van parket CVOM behandelden in 2019 375.700 beroepschriften

Het aantal in 2019 uitgestroomde overtredingszaken is met 122.600 een stuk lager dan in 2018. Toen stroomden 134.100 overtredingszaken uit. Van de 122.600 zaken zijn 61.700 zaken zelfstandig door het OM afgedaan, waarvan iets meer dan de helft (32.800) met een strafbeschikking. In totaal heeft het OM 60.900 zaken via de kantonrechter afgedaan. Dat is 6% meer dan in 2018. De kantonrechter kwam in 93% van de zaken tot een schuldigverklaring en in 5% tot een vrijspraak. 

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Als burgers het niet eens zijn met een verkeersboete die hen wordt opgelegd, kunnen ze in beroep gaan bij de officier van justitie conform de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). In 2019 zijn bijna 8,4 miljoen verkeersboetes opgelegd. Dat is 10% minder dan vorig jaar. Daarbinnen is het aandeel staande-houdingen met bijna 24% toegenomen; een positieve ontwikkeling met het oog op de effectiviteit van de handhaving. 

Meer dan 406.000 burgers (5%) gingen vervolgens in beroep bij de officier van justitie tegen de boete. De medewerkers van parket CVOM behandelden uiteindelijk 375.700 beroepschriften. Een deel van de burgers (9%) is het niet eens met de beslissing van het OM en gaat vervolgens in beroep bij de kantonrechter. Het aantal nieuw ingestelde beroepen op de kantonrechter nam echter flink af, met 21%. In totaal deed de kantonrechter in 34.300 beroepszaken een uitspraak.