Tekst Pieter Vermaas

Civiel-juridisch adviseurs van het FP weten: wie is de ware eigenaar?

Voor het effectief kunnen afpakken is civiele kennis soms belangrijk. Felice van Peski en Inge Gaasbeek, civiel-juridisch adviseurs bij het Functioneel Parket, geven tips. “Ook bij ‘klapdagen’ kunnen we adviseren.”

Stel dat een officier een dure auto van een verdachte in beslag wil nemen. Zegt die verdachte ineens: ‘Afblijven, aanklager; dit is een leasebak’. Dan kan je niet meer afpakken. Of tóch wel?

Voor dit soort vragen kent het Functioneel Parket vijf civiel-juridisch adviseurs die het FP en ook de andere parketten ondersteunen in hun zaken – meestal afpakzaken.  Regelmatig gaat het dan om eigendomsvragen: wie is de eigenaar van een auto,  huis, of schuld? Want uiteraard kun je alleen van eigenaars vermogen ontnemen.
“Soms”, zegt civiel-juridisch adviseur Felice van Peski, “is die leaseauto wél eigendom van de verdachte. Anders dan bij onroerend goed, is bij auto’s de tenaamstelling niet doorslaggevend voor de vraag wie eigenaar is. Ook als de leasemaatschappij zegt dat zij de eigenaar is, gaan wij de leaseovereenkomst toetsen aan het civiele recht.”
“Dan kijken wij”, vult civiel-juridisch adviseur Inge Gaasbeek aan, “wat er nu precies in die leaseovereenkomst staat. Blijkt er juridisch sprake van ‘huurkoop’ (dan blijft de leasemaatschappij eigenaar), óf van ‘koop-op-afbetaling’ (dan is de koper eigenaar)? Dat luistert nauw. De wet omschrijft duidelijk waaraan een ‘huurkoopovereenkomst’ moet voldoen. Wordt daar niet aan voldaan, dan is sprake van koop-op-afbetaling; dan is afpakken toch mogelijk.”

“Een belangrijke vraag wordt: zijn echtelieden vóór of na 1 januari 2018 getrouwd?”

Het civiel-juridisch expertise is onderdeel van afpak-workshops die het FP deze maand in het hele land organiseert. Er zijn ook afpak-workshops over cybercrime, rechtspersonen, ‘afpakken voor dummies’, witwassen en samenwerking met de fiscus. En over internationaal afpakken (zie het artikel op pagina 30-31) 

Cash-rondjes

Criminelen proberen vaak hun vermogen buiten het zicht van justitie te houden. Onroerend goed wordt formeel op naam van een ander gezet. Kun je dan afpakken, als je vermoedt dat feitelijk jouw verdachte de eigenaar is? Dan kunnen de civiel-juridisch adviseurs van het FP aanklagers en parketsecretarissen ondersteunen. Gaasbeek: “Dan kijkt ons team onder meer naar het volgende: zit er een “echte” hypotheek op een huis, of is sprake van een schijnconstructie?  Als er op papier sprake is van een lening, waarbij er een hypotheek op een pand wordt gevestigd om zeker te zijn van terugbetaling, dan moet dat ook uit de échte geldstromen blijken. Soms leert onderzoek dat die geldstromen er niet zijn en dat een afgesproken rente niet wordt betaald. En soms zie je dat er ‘cash-rondjes’ zijn. Dan gaat crimineel geld van hand tot hand en worden op papier leningen verstrekt, maar in werkelijkheid is en blijft het geld van de crimineel. Er wordt van alles verzonnen – je kunt het zo gek niet bedenken – dan moeten wij proberen net zo slim te zijn.”

Huwelijk en schuld

Regelmatig krijgen Van Peski en Gaasbeek, beiden voormalig advocaat, ook te maken met het huwelijksvermogensrecht.  Is een verdachte getrouwd in gemeenschap van goederen of onder huwelijkse voorwaarden? Felice van Peski: “Tot voor kort vielen onder de ‘gemeenschap van goederen’ alle schulden van de echtgenoten van vóór en tijdens het huwelijk. Sinds 1 januari van dit jaar is het stelsel van ‘algehele gemeenschap’ gewijzigd in een ‘beperkte gemeenschap’. Bij een beperkte gemeenschap kun je privéschulden die één van de echtgenoten vóór het huwelijk had, niet meer verhalen op de gemeenschap. Daarover zal de komende jaren gesoebat gaan worden. Belangrijke vragen zijn dan: wanneer is een schuld aangegaan: vóór of tijdens een huwelijk? En zijn echtelieden voor of na 1 januari 2018 getrouwd?”

Faillissement

Nog een vrij recente wijziging: de introductie van het ‘civielrechtelijk bestuursverbod’, een op 1 juli 2016 in werking getreden bevoegdheid in het kader van de bestrijding van faillissementsfraude. Daarmee kunnen curatoren en officieren van justitie bij de civiele rechter tegen een bestuurder een bestuursverbod vragen (de curator ‘vordert’, het OM ‘verzoekt’). Inge Gaasbeek: “De curator is, omdat hij dicht op het faillissement zit, als eerste aan zet; de officier kan ‘vanuit het algemeen belang’ om zo’n verbod verzoeken. Hiervoor biedt de wettelijke regeling meerdere gronden. Een belangrijke voorwaarde voor de grond die met name voor de officier van justitie van belang is, is dat de bestuurder sinds 1 juli 2016 bij minimaal drie faillissementen betrokken is geweest, en dat de bestuurder daarbij een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Bijvoorbeeld als de bestuurder katvangers een bedrijf op hun naam heeft laten zetten. Een FP-werkgroep is nu bezig om de eerste zaken voor de rechter te gaan brengen.”

Welke tips hebben de civiel-juridisch adviseurs aan andere OM’ers? Van Peski: “Vraag je bij het afpakken per vermogensbestanddeel af: wiens vermogen is dit? En bedenk dat het vermogen van een rechtspersoon is afgescheiden van een natuurlijke persoon.”
Gaasbeek: “Denk creatief na over wat de beste oplossing is. Kies je voor het vervólgen van een rechtspersoon, wat vaak gewoon moet, of kies je voor de mogelijkheid van een civiele actie (bijvoorbeeld ontbinding) jegens een rechtspersoon? Leg die mogelijkheden eens naast elkaar en ga na wat in jouw zaak voor- en nadelen zijn.”
En dan komt het civiele duo tot een gezamenlijke laatste tip. “Twijfel je of er civiele problemen in je zaak gaan spelen? Bel of mail ons, stap op ons af. Niet elke officier van justitie hoeft en kan alles van civiel recht weten. Ook bij ‘klapdagen’ kunnen we adviseren: kun je bij doorzoekingen iets in beslag nemen? We geven graag antwoord. En soms – dat vinden officieren van justitie ook fijn om te horen – kunnen we zeggen: ‘Goed nieuws, in jouw zaak zitten geen civiele problemen: je kunt gewoon strafrechtelijk dóór’.”