Kort nieuws

Dit artikel hoort bij: Opportuun Nummer 3

KortOM

Misdadigers binnen Rotterdamse gezinnen

Meer dan 14.000 kinderen in Rotterdam-Rijnmond wonen samen met een familielid dat ergens in de vijf jaar ervoor verdacht is geweest van een zwaar misdrijf, zoals vuurwapengeweld, drugshandel, een gijzeling of afpersing. Dat blijkt uit een groot onderzoek door het Centraal Bureau voor de Statistiek dat in juni naar buiten is gekomen.

Kinderen in de regio Rotterdam-Rijnmond hebben, volgens de onderzoekers, vaak te maken met criminaliteit in hun familie. Uit het onderzoek, dat op verzoek van het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam- Rijnmond tot stand is gekomen, blijkt dat 5,7 procent van de opgroeiende kinderen woonde bij een familielid dat verdacht was van een zwaar misdrijf. Het Veiligheidshuis krijgt al langere tijd signalen binnen over criminele families in het Rotterdamse, maar getallen ontbraken tot nu toe.

In een klas van twintig scholieren blijkt gemiddeld genomen in ieder geval één jongen of meisje een familielid te hebben dat op enig moment in de vijf jaar ervoor in beeld was bij justitie, voor harde misdaad. Op de peildatum van het onderzoek, 1 januari 2020, woonden er ongeveer 249.000 kinderen in die regio.

De onderzoekers hebben ook gekeken naar het aantal criminelen in een gezin. Bij de meeste kinderen woonde één verdacht familielid in huis. Ongeveer duizend kinderen bleken echter op enig moment samengewoond te hebben met in ieder geval twee familieleden die verdacht waren van criminele activiteiten. Het betrof volgens de onderzoekers zware delicten. Familie werd verdacht van afpersing, witwassen, drugs, mensenhandel, vuurwapenmisdrijf, gijzeling of een combinatie van delicten.

Nog eens 58.000 kinderen hebben elders bijvoorbeeld een broer, oom of tante wonen die onder het vergrootglas ligt vanwege misdaad in de zwaarste categorie. Het zijn vooral kinderen in de stad Rotterdam die te maken hebben met misdaad in hun eigen familie. Op wijkniveau springen Charlois, Feijenoord, IJsselmonde en Delfshaven in het oog. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat kinderen met misdaad in de familie, zelf ook vaker betrokken zijn bij criminaliteit.

Verdrag voor bestrijding internationale misdrijven

Op vrijdag 26 mei hebben ruim zeventig landen na twee weken onderhandelen in Ljubljana (Slovenië) overeenstemming bereikt over de tekst voor een nieuw internationaal verdrag voor rechtshulp en uitlevering bij internationale misdrijven.

Het verdrag kent concrete afspraken over samenwerking bij het opsporen, vervolgen, berechten en bestraffen van met name genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Door dit verdrag wordt de samenwerking tussen landen bij deze zeer zware misdrijven vergemakkelijkt, zodat straffeloosheid wordt aangepakt. Nederland heeft de conferentie in Ljubljana mede georganiseerd met Argentinië, België, Mongolië, Senegal en Slovenië, en zal tevens de ondertekening van het verdrag gaan organiseren. Deze zal plaatsvinden in de eerste helft van 2024 in het Vredespaleis te Den Haag. Om deze reden zal het verdrag de naam dragen van de steden Ljubljana en Den Haag: “The Ljubljana - The Hague Convention on International Cooperation in the Investigation and Prosecution of Genocide, Crimes against Humanity, War Crimes and other International Crimes” (kortweg “The Ljubljana The Hague MLA-Convention”).

Effectieve samenwerking

Het verdrag levert de noodzakelijke juridische basis voor strafrechtelijke samenwerking waar deze er nu niet altijd is, bijvoorbeeld met landen buiten de EU waar internationale misdrijven zijn gepleegd. Ook zijn er tal van praktische en moderne mogelijkheden tot samenwerking opgenomen die de uitvoeringspraktijk en effectieve samenwerking zullen vergemakkelijken. Zo kent het verdrag onder meer artikelen over 'Joint Investigation Teams', slachtoffers, informatie-uitwisseling, privacy, video conferencing en diverse opsporingstechnieken. Na de ondertekening zullen de landen het verdrag moeten ratificeren. Er zijn ten minste drie ratificaties noodzakelijk voor de inwerkingtreding. België zal optreden als depositaris – bewaarder van de originaliteit van het verdrag – en Nederland zal de interim secretariaatsfunctie gaan vervullen.

Vernieuwing van de slachtofferbrieven

De OM-slachtofferbrieven gaan veranderen, als gevolg van een wens van het College van procureurs-generaal om de standaardbrieven aan te laten passen.

Deze brieven zijn nu niet altijd duidelijk of (juridisch) juist en de hoeveelheid verstrekte informatie is niet consistent. De Commissie Informeren Slachtoffers (CIS) heeft naar aanleiding hiervan de gehele bestaande brievenset kritisch bekeken en vernieuwde brieven opgesteld. Zowel inhoudelijk als in de opmaak zijn aanpassingen gemaakt. Ook zijn er nieuwe kaders opgesteld voor de brieven, die in lijn zijn met de taak van het OM richting slachtoffers. De CIS werd in september 2022 opgericht vanuit het team Procesinrichting en Informatievoorziening en de proceskring Slachtofferrechten. De groep werkt sindsdien aan de verbeteringen van de brieven op inhoud, vorm en taalgebruik. Het doel van het werk van de CIS is om informatie beknopter en duidelijker te maken voor het slachtoffer.