Tekst Pieter Vermaas
Foto Loes Spruijt-van der Meer

Alexander van Dam, Neerlands OM-topman bij Eurojust

“Stuit je als officier in je onderzoek op buitenlandse connecties? Aarzel niet, maar kóm via je IRC naar Eurojust toe. Wij kunnen heel vaak in korte tijds iets voor elkaar krijgen bij andere landen.” Die oproep doet Alexander van Dam, National Member for the Netherlands bij het in Den Haag gevestigde EU-agentschap Eurojust.

O jee… Internationaal…!

Op zich begrijpt Alexander van Dam die reactie van sommige aanklagers. Die aarzeling voelde hij zelf ook, toen hij jaren geleden als zaaksofficier in een onderzoek ineens op grensoverschrijdende aspecten bleek te stuiten. “Toen was mijn eerste gedachte ook: O jee, nou moet ik rechtshulpverzoeken aan andere landen gaan sturen, nou komt er vertraging in mijn onderzoek, nou verlies ik mijn verdachten die in voorlopige hechtenis zitten. Nee, in kleinere zaken ging ik dan ook twijfelen of ik die rechtshulp wel echt nodig had.”

Maar de huidige Alexander van Dam – namens Nederland National Member in Eurojust, het in Den Haag gevestigde EUagentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken – heeft al lang een metamorfose ondergaan. “Nu zeg ik: aarzel niet, maar betrek jouw IRC erbij en kom samen naar ons bij Eurojust toe.”

Deels heeft de omslag in denken van Van Dam (59) te maken met het verloop van zijn loopbaan. Na als officier te hebben gewerkt bij AP Amsterdam, LP Rotterdam, AP Noord-Holland en AP Den Haag, en als plaatsvervangend hoofdofficier van AP-Zeeland-West-Brabant, werd hij procureur-generaal op Aruba en later waarnemend directeur van het Parket-Generaal. Hij zag het belang van internationale samenwerking en bleek zich thuis te voelen in omgevingen waarin behalve strafrechtelijke vaardigheden ook diplomatieke vaardigheden en politieke antennes van pas komen.

Maar belangrijker, in het streng beveiligde Eurojust-kantoor in Den Haag ziet Van Dam het gewoon dagelijks: internationale samenwerking en overleg tussen 27 Europese landen met elk hun eigen rechtssystemen rémt strafrechtelijke onderzoeken niet, maar ondersteunt ze. Concreet, praktisch, en vaak verrassend snel. “Bijvoorbeeld toen ik recent op een vrijdagmiddag werd gebeld door een parket dat met spoed de identiteit wilde hebben van een verdachte van een ernstige zedenzaak. Met een beroep op het Verdrag van Prüm, bleek de verdachte voor te komen in een DNA-databank in een ander Europees land. Ik belde mijn Eurojust-collega en via haar kon de politie in haar land binnen een dag de gevraagde info verstrekken aan Nederland waarna de verdachte kon worden aangehouden. Als je dat via een Europees Onderzoeksbevel (EOB, red.) had gedaan, gemaild vanuit een Internationaal Rechtshulp Centrum, dan had het waarschijnlijk langer geduurd en had die verdachte misschien meer slachtoffers gemaakt. Uiteraard kwam dat EOB er natuurlijk om de info als bewijs te kunnen gebruiken.”

25,6 miljard euro

Ogenschijnlijk is Eurojust, opgericht in 2002, een wat onopvallende speler in de grensoverschrijdende criminaliteitsbestrijding. Zelden knalt de naam in krantenkoppen. Eurojust trommelt zichzelf niet op de borst, maar benadrukt doorgaans dat het slechts Europese aanklagers en rechters facilitéért. Toch imponeren de cijfers en trends die het EU-agentschap de laatste jaren kan overleggen.

Een greep daaruit. De afgelopen zeven jaar droeg Eurojust elk jaar steeds zo’n 15 procent meer bij aan strafrechtelijke onderzoeken. Voor 2023 betekende dat Eurojust-ondersteuning in 13.164 zaken. Eurojust droeg dat jaar bij aan de aanhouding van 4249 verdachten, aan de inbeslagneming of bevriezing van 1,1 miljard euro aan criminele vermogens en bezittingen, en aan drugsvangsten met een waarde van meer dan 25,6 miljard euro.

Van alle criminaliteit waarbij Eurojust in 2023 betrokken was, betrof 53 procent economische criminaliteit, 23 procent drugshandel, 9 procent georganiseerde misdaad, 5 procent cybercriminaliteit en 4 procent migrantensmokkel. In de overige 6 procent zit onder meer mensenhandel, terrorisme en milieucriminaliteit.

In 2023 turfde Eurojust 1252 zaken met een Europees Aanhoudingsbevel en 6299 zaken met een Europees Onderzoeksbevel. Het ondersteunde 288 joint investigation teams: opsporingsteams waarin twee of meer landen voor langere tijd samenwerken. Nederland nam deel in 17 van die joint investigation teams, deed mee aan 3 door Eurojust gefaciliteerde actiedagen en aan 102 coördinatieoverleggen.

‘Wij hebben eigenlijk alleen maar tevreden klanten’

Ne bis in idem

De cijfers illustreren volgens Van Dam dat ze bij Eurojust aan ‘spannende dingen’ doen en elke dag zicht hebben op grensoverschrijdende ondermijnende strafrechtelijke onderzoeken. “Ondermijning is per definitie grensoverschrijdend en dat vergt coördinatie en afstemming die je als individuele zaaksofficier niet met één verstuurd mailtje regelt. Stel, Duitsland krijgt aanwijzingen dat een transport van 1000 kilo coke de Rotterdamse haven binnenkomt; dat die drugs bestemd is voor Duitsland en Polen; dat de financierders in Rome zitten, en de opdrachtgevers in Madrid. Dat is niet vergezocht hoor, dat komt dagelijks voor. Dan willen Duitse officieren van justitie om de tafel met aanklagers uit Nederland, Polen, Italië en Spanje. Ze willen weten of de andere landen die groepering ook kennen, of die zich daar ook schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten.

Dan organiseren de Duitsers een coördinatievergadering bij Eurojust. Vervolgens komen de zaaksofficieren van al die betrokken landen, plus de politie, hier naar Den Haag. Meestal zit Europol, dat op loopafstand van ons ligt, er ook bij. Dan gaan wij in dit gebouw in een zaaltje zitten. Eurojust regelt de tolken, dus alle deelnemers kunnen in hun eigen taal hun informatie delen en afspraken maken: Wie gaat welke verdachten vervolgen? Wie gaat welke onderzoekshandelingen verrichten teneinde genoeg bewijs te hebben? Wanneer gaat het onderzoek klappen door het gelijktijdig verrichten van aanhoudingen op meerdere plekken? Dat is best complex en daar moet je samen uitkomen. Belangrijk is ook het beginsel ne bis in idem: een verdachte mag niet twee keer voor hetzelfde strafbare feit worden vervolgd. Dus er moet duidelijk zijn welk land wie waarvoor vervolgt en wie bijvoorbeeld beslag legt. Eurojust faciliteert dat overleg, en betaalt de kosten van tolken en de reis- en verblijfkosten zoals hotelovernachtingen. Ondertussen blijven de nationale autoriteiten baas over hun onderzoek, dus Eurojust neemt de strafzaak niet over.”

Ondermijning

Nederland is een grote speler in de internationale ondermijning, weet Alexander van Dam. “Cruciale logistieke knooppunten als Schiphol en de Rotterdamse haven maken Nederland ook voor criminele ondernemers aantrekkelijk. Dat betekent veel drugshandel, en dus georganiseerde misdaad, wapenhandel, witwassen en cryptocurrencies.

Dat Nederland helaas veel in ondermijningsonderzoeken voorkomt, zie je terug in de cijfers. Onze Dutch Desk bij Eurojust wordt meer bevraagd door het buitenland dan dat wij de desks van andere EU-landen bevragen. Wij participeerden in 2023 in 804 zaken die door andere Desks werden geïnitieerd, tegenover de 306 zaken die dat jaar door de Dutch Desk bij Eurojust werden geïnitieerd.

Als Dutch Desk zijn we trouwens met zijn achten: drie parketsecretarissen, drie officieren waaronder ik, en twee managementassistenten. We hebben allemaal onze specialismen, zoals bijvoorbeeld de sanctiewetgeving tegen Rusland, cryptocurrencies en Sky en Encrochat, en samen met andere desks houden we de relevante internationale jurisprudentie bij.”

Het soms wat onopvallende Eurojust kan imponerende cijfers overleggen

Bij Eurojust geen stuurploegen en preweegdocumenten. Bij internationale verzoeken werken Eurojustlanden gewoon met elkaar mee. Ze pakken Europese onderzoeksbevelen op, ook omdat jurisprudentie daartoe verplicht. Van Dam: “Een Nederlandse rechter zal een ander land ook niet vragen waarom het nou Pietje Puk in Amsterdam wil gaan tappen. Nee, als vanuit Duitsland zo’n tapaanvraag komt, heeft Duitsland zelf die hobbel bij hun rechter al genomen en kunnen wij erop vertrouwen dat het goed zit.”

“Eigenlijk verkopen we binnen Eurojust nooit nee aan elkaar. Kijk, in Finland vindt men de vondst van 10 kilo cocaïne een enorme partij, terwijl wij in Nederland pas een beetje opgewonden worden bij de vondst van 1000 kilo. Maar je kan tegen de Finnen niet gaan zeggen dat die 10 kilo niet belangrijk is. Ook al niet, omdat de kans groot is dat wij morgen de Finnen iets vragen om te doen. Dan willen we niet als antwoord krijgen: ‘Vergeet het maar, gisteren hielpen jullie ons ook niet.’ Binnen Eurojust geven we elkaar veel vertrouwen. In dit gebouw waar vijfhonderd Europeanen werken, kom je elkaar ook voortdurend tegen: in overleggen, in het bedrijfsrestaurant en bij recepties. Daarbinnen moet je ook echt over operationele ervaring en diplomatieke vaardigheden beschikken. En als desk kunnen we goed schakelen. Heel vaak loop je letterlijk even naar je Duitse of Spaanse collega’s die drie deuren verder of twee verdiepingen hoger in het gebouw zitten.”

Preparatie van officieren

De Dutch desk, bestaande uit Nederlandse gedetacheerde OM’ers, onderhoudt veel contacten. Met bijvoorbeeld de EU, de Permanente Vertegenwoordiging in Brussel, het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken, Europol, onze liaison magistraten in het buitenland, de afdeling Internationale en Koninkrijksaangelegenheden van het Parket-Generaal en het College van procureurs-generaal.

Maar vooral: met aanklagers en parketsecretarissen van de parketten. “Als wij uit het buitenland een verzoek voor een coördinatievergadering krijgen, nemen we contact op met het betreffende Nederlandse parket, en het internationale rechtshulpcentrum (IRC, red.) van het arrondissement of het Landelijke IRC (LIRC, red.). Wij zeggen individuele officieren ook altijd: als je contact met ons opneemt, neem dan ook je eigen IRC erin mee. De IRC’s zijn kundig en kunnen de zaaksofficieren goed adviseren. Daarmee voorkom je dat een zaak ins Blaue hinein verdwijnt als een officier weggaat. Die officieren prepareren we dan: ‘Volgende week komt die coördinatievergadering. Weet dat de Duitsers op dit spoor zitten en in hun land al de verdachten wil vervolgen, terwijl het Poolse OM juist weer geïnteresseerd is in het ontnemen van het geld.’ Zo’n overleg kent altijd een agenda die we met de Nederlandse zaaksofficier bespreken. Daardoor weten Nederlandse officieren, die misschien voor het eerst zo’n Eurojust-overleg bijwonen, wat er van ze verwacht wordt.”

De kennis en contacten van Eurojust, en de ondersteuning die het EU-agentschap ook aan Hollandse officieren kan bieden, maken dat Van Dam het nog eens benadrukt: “Wees niet bang voor het buitenland. De IRC’s en Eurojust kunnen je vaak snel helpen, ook als je bijvoorbeeld in het buitenland beslag wil leggen. We hebben als Dutch Desk contacten met alle OM’s in het buitenland via hun desk bij Eurojust, en ook met de liaison magistraten of met de collega’s in de Cariben hebben we korte lijntjes. Die staan altijd klaar om je te helpen. Eurojust ondersteunt, regelt en betaalt: we hebben eigenlijk alleen maar tevreden klanten.”

En dan maakt de National Member nog eens de vergelijking met de tijd voordat Eurojust werd opgericht. “Als je rond de eeuwwisseling je rechtshulpverzoek naar een Europese hoofdstad verstuurde, had je geen idee of de enveloppe überhaupt geopend werd.”