Tekst Jeroen de Ridder / Fact Factory OM
Foto Loes van der Meer

In 2008 is de wet op de OM-afdoening in werking getreden. De wetgever wilde met deze wet voorkomen dat de route naar de rechter verstopt zou raken omdat steeds meer strafzaken - ook relatief eenvoudige strafzaken - aan de rechter werden voorgelegd.

Dat was in een tijd dat de rechtbanken tussen 131.000 en 137.000 strafzaken per jaar behandelden.  Het was van belang dat de rechter te allen tijde genoeg tijd en ruimte zou hebben om zich te buigen over de strafzaken waarvoor dat vanwege de ernst of de omstandigheden noodzakelijk zou zijn. Daarom bedacht de wetgever dat in alle eenvoudige strafzaken een officier van justitie, net als de rechter, een straf zou kunnen opleggen. Tot 2008 kon een officier in eenvoudige strafzaken alleen een transactie aanbieden om te voorkomen dat de zaak naar de rechter zou gaan. Het was echter aan de verdachte of hij of zij de transactie wilde accepteren.  Zo niet, dan ging de zaak toch naar de rechter. Met de strafbeschikking kon direct de juridische grondslag onder de  beslissing van de officier versterkt worden.  De wetgever bedacht een vorm waarin het vrijwillige karakter van de transactie verdween en waarin het ook mogelijk was om dwangmiddelen (zoals gijzeling) in te zetten om de straf (meestal een geldboete) te executeren. Er is wel een ‘veiligheidsventiel’ ingebouwd.  Alle mensen die het niet eens zijn met de bestraffing door de officier van justitie kunnen in verzet gaan. In dat geval legt het OM de zaak alsnog voor aan de rechter. Vergelijk het met de mogelijkheid van een verdachte om in hoger beroep te gaan tegen het vonnis van de rechter bij het gerechtshof.

Transacties gedaald

Nu, ruim 10 jaar verder, is de strafbeschikking voor het OM een gangbare manier geworden om eenvoudige strafzaken af te ronden. Sinds 2008 is het aantal strafzaken dat wordt afgedaan met een transactie gedaald met 91% tot 5.600. Het aantal strafzaken dat wordt afgerond met een strafbeschikking is in die periode meer dan verzesvoudigd. In 2018 werden 32.500 zaken afgedaan met een strafbeschikking. Dat aantal zal vermoedelijk in 2019 verder groeien. De bestrafte burger heeft daarnaast ook dankbaar gebruik gemaakt van het recht op verzet. Gemiddeld ging 12% tot 14% van alle bestraften in verzet tegen de strafbeschikking, net als circa 18% van de veroordeelden in hoger beroep ging tegen een vonnis van de rechter. Je zou kunnen zeggen dat het veiligheidsventiel goed werkt.

Zaakzwaarte

Een belangrijke vraag is of de komst van de strafbeschikking heeft gebracht wat door de wetgever is beoogd. Is er nu daadwerkelijk meer ruimte voor de rechters om juist de zwaardere en maatschappelijk relevante strafzaken te behandelen dan pakweg 10 jaar geleden?  Dat lijkt tegen te vallen.  Anno 2019 is de behoefte aan zittingscapaciteit om strafzaken te behandelen nog steeds groter dan het aanbod.  Hoe dat kan? Er zijn meerdere redenen, maar in een recent verschenen rapport stelt de Rechtspraak dat het wegvallen van de lichte zaken door de komst van strafbeschikking één van de oorzaken is van een toegenomen zaakzwaarte en een toegenomen behandeltijd van de gemiddelde strafzaak. Met als gevolg dat een rechter gemiddeld meer tijd nodig heeft om één strafzaak te behandelen en per saldo dus minder strafzaken kan behandelen.  Het is de vraag of dat zo is. Niet uitgesloten kan worden dat de strafbeschikking vooral is toegepast in zaken die eerst met een transactie werden afgedaan en het OM dus niet per se zaken bij de rechter heeft ‘weggenomen’. Ondertussen is het aantal strafzaken dat de rechter behandeld sinds 2008 gedaald met 29%; van 135.000 naar net geen 94.000 in 2018.

Het is een beetje een cynische constatering, maar de strafbeschikking die in 2008 werd gepresenteerd als oplossing voor een capaciteitsprobleem  wordt heden ten dage door de Rechtspraak gezien als een van de veroorzakers daarvan. Ondanks een flinke daling van het aantal zaken dat door de rechter wordt behandeld. Enige troost biedt het feit dat het aandeel strafzaken dat is afgedaan met een solide juridische basis, de strafbeschikkingen en de vonnissen, sinds die tijd is toegenomen. Wie had dat in 2008 kunnen voorspellen?