Tekst Annette Toonen
Foto Loes van der Meer

Aanklager Arun Reah greep in bij voorbereiding terroristisch misdrijf

Een alarmpistool en 1813 kogels werden gevonden in de slaapkamer van de verdachte. De man sprak in chats over ‘het afknallen van linkse kopstukken’. In 2018 werd hij aangeklaagd (en veroordeeld) voor voorbereidingshandelingen voor een terroristisch misdrijf. Officier Arun Reah van het arrondissementsparket Oost-Nederland blikt terug op deze zaak: “Ik wil niet weten wat hij met die kogels zou hebben gedaan.”

Toetsenbordterrorist. Het woord viel tijdens de rechtszitting in Zutphen, 23 november 2018. De verdachte, een destijds 44-jarige inwoner van de gemeente Lingewaard, zag zichzelf als een ‘toetsenbordterrorist’, zo verklaarde hij tegenover de rechtbank.

Officier van justitie Arun Reah hoorde de term voor de eerste keer. “Mooi gevonden, dacht ik, maar ik ben het er niet mee eens. Zijn gedragingen gingen veel verder dan die van een toetsenbordterrorist - iemand die nare dingen schrijft op het internet. Bij de man thuis zijn 1813 scherpe patronen en een alarmpistool gevonden. Hij was op zoek naar een wapen om die kogels mee af te vuren. Iedereen mag denken en vinden wat hij of zij wil, en ook heel veel zeggen, maar er is een grens. Geweld, dreigen met geweld of het voorbereiden van een geweldsmisdrijf wordt niet getolereerd.”

“De man is gedagvaard voor “gedragingen die strekken tot (…) het voorbereiden en/of bevorderen van het plegen van misdrijven (…) met een terroristisch oogmerk.” Sinds de invoering van de Wet Terroristische Misdrijven in 2004 zijn er meer mogelijkheden om in te grijpen bij voorbereidingen van een terroristisch misdrijf, stelt Reah. “Voor die tijd zou alleen de informatie dat iemand van plan is om een wapen aan te schaffen, niet voldoende zijn geweest. Nu konden we al in de planfase ingrijpen.”

“Je mag denken en vinden wat je wilt. Je mag ook heel veel zeggen. Maar dreigen met geweld en het voorbereiden ervan wordt niet getolereerd.”

Ambtsbericht

Een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) vormde voor de politie en het Openbaar Ministerie (OM) in april 2018 de aanleiding voor een onderzoek naar de 44-jarige. Daarin stond concreet dat de man geweld tegen moslims en islamitische instellingen gerechtvaardigd achtte en dat hij handelingen verrichtte voor het uitvoeren van die doelstelling. De AIVD had indicaties dat hij de intentie had tot het plegen van geweld tegen moslims of islamitische instellingen, en ook waren er aanwijzingen dat hij de beschikking zou kunnen hebben over explosieven.

Reah: “Het was voor ons meteen duidelijk dat we hier een strafrechtelijk onderzoek naar moesten doen. Is de man daadwerkelijk bezig met de voorbereidingen voor een aanslag? Beschikt hij over explosieven?”

“De AIVD stelt niet zomaar zulke berichten ter beschikking. Daar wordt goed over nagedacht. Bij het OM werken twee officieren die de schakel vormen tussen het OM en de AIVD  - een soort liaisonofficieren. Zij zijn bij het OM de enigen die kunnen zien op welke stukken de AIVD zich baseert bij het schrijven van zo’n ambtsbericht; die onderliggende stukken mogen verder niet worden gedeeld. Die ken ik dan ook niet. Berichten van de AIVD gaan via deze liaisonofficieren naar de rechercheofficieren van een parket, in dit geval Oost-Nederland.”

Arun Reah

Wat doet hij?

Reah kreeg de leiding over het onderzoek – hij is gespecialiseerd in dit soort zaken.  “Na zo’n bericht ga je in overleg met de politie. Wat kunnen we doen? Klopt de informatie? Hoe kunnen we achterhalen of hij met strafbare feiten bezig is.” Er zijn diverse opsporingsmiddelen ingezet; de man is geobserveerd en zijn telefoon is getapt. “We hebben geprobeerd zijn leven in kaart te brengen. Waar woont hij? Wat doet hij elke dag?”

Op 23 mei had onder leiding van de rechter-commissaris een doorzoeking plaats in de woning van zijn ouders, waar de 44-jarige verdachte woonde. De officier stond beneden in de keuken toen de politie boven in het nachtkastje op de slaapkamer van de verdachte een plastic tas vond met daarin een blauw koffertje met een alarmpistool en (in doosjes) 1813 kogelpatronen, 9 mm- en .22 patronen. De mobiele telefoon en computer van de verdachte werden ook in beslag genomen.

Reah: “Die gevonden patronen kun je met zo’n alarmpistool niet afschieten, maar in zijn telefoon troffen we informatie aan dat hij op zoek was naar een wapen. Vlak voor de doorzoeking had hij een chatbericht aan een man verstuurd waarin hij vroeg om een wapen waarmee hij scherpe patronen kon afvuren. Hij had een foto bijgevoegd van een doosje .22 patronen. Iemand met zo veel kogels die vraagt om een wapen… Dat gaat ver. Ik schrok van de hoeveelheid kogels die in beslag zijn genomen, maar ik was er ook blij mee. Het was een mooi resultaat. Het bewijs stapelde zich op. We hebben de man meteen aangehouden. Sindsdien zit hij vast.”

Handgeschreven recept

Bij de doorzoeking trof de politie ook een briefje aan met een handgeschreven recept voor kaliumnitraat, een stof die in combinatie met andere stoffen explosief is. Ook dat feit (“voorbereidingshandelingen voor het teweegbrengen van een ontploffing”) is de verdachte ten laste gelegd - maar daarvoor is de man in eerste aanleg (en later ook in hoger beroep) niet veroordeeld.

De rechtbank vond het briefje en een paar zoekslagen op internet te weinig bewijs voor een veroordeling voor voorbereiding van een explosie/brand. Geen van de genoemde ingrediënten was bij de verdachte thuis aangetroffen. De verdachte zelf had bij de politie verklaard dat het briefje “een opdracht was van een scheidkundeleraar” bij wie hij lessen volgde.

Reah: “Ik kon de redenering van de rechtbank volgen, maar ik vond zelf dat er wel genoeg bewijs was voor een veroordeling op dat punt - we hadden én het AIVD-bericht én het briefje. Het blijft ingewikkeld; wat zijn voorbereidingshandelingen? Het gaat om gedrag, om de spullen die iemand voorhanden heeft, om de uitlatingen die iemand doet. Deze man had het in (chat-)berichten over het ‘neerknallen van linkse kopstukken’.”

“De verdachte deed zijn chats af als ‘grootspraak’. Ruim 1800 kogels in bezit hebben en op zoek zijn naar een echt wapen, dat is geen grootspraak meer.”

Begrijpelijke taal

In zijn requisitoir behandelde Reah ‘punt voor punt’ de bewijzen voor de verdenking van voorbereidingen van een terroristisch misdrijf. “Ik heb geprobeerd dat in normale, begrijpelijke  taal te doen, zodat het publiek, de verdachte en de media het konden volgen, maar tegelijkertijd ontkwam ik er niet aan om er dieper juridisch op in te gaan. Ik wilde ook dat de rechtbank de juridische redenering zou begrijpen - de wet is de basis. Dat was de uitdaging. Het heeft wel wat werk gekost om het requisitoir te schrijven.”

De officier zei in zijn requisitoir dat hij verwachtte dat het vonnis “een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van rechtspraak op dit gebied”.  Het was de tweede keer dat er in Nederland sprake was van strafrechtelijke vervolging voor (voorbereidingen van) een terroristisch misdrijf door mensen met  rechts-extremistische ideeën. In 2018 veroordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vier mannen voor een misdrijf ‘met een terroristisch oogmerk’; zij gooiden in 2016 een molotovcocktail naar een moskee in Enschede.

Aandacht

Al voor de zitting trok de zaak tegen de 44-jarige man de (media-)aandacht. Zo interviewde een verslaggever van De Gelderlander de ouders van de verdachte; die wisten niet waar hun zoon mee bezig was geweest. Zij dachten dat hun zoon een commando was bij het leger - wat niet bleek te kloppen. Vlak voor de inhoudelijke behandeling publiceerde NRC Handelsblad een artikel met daarin informatie die rechtstreeks uit het dossier leek te komen. “Dat deed wel mijn wenkbrauwen fronsen; ik had het dossier niet naar de pers gestuurd.”

“Door al die aandacht zat er extra veel druk op de zaak; iedereen keek mee”, zegt Reah. “Het is belangrijk dat je de tenlastelegging goed formuleert, dat je je laat adviseren door parketsecretarissen en andere officieren, dat je iedereen die betrokken is op tijd informeert over beslissingen die worden genomen: de parketleiding, de rechercheofficieren, de gebiedsofficier. Je wilt het voor meer dan 100 procent goed doen.”

“Tijdens zo’n zitting ben je enigszins gespannen. Je kent de zaak door en door, het requisitoir steekt goed in elkaar, maar je weet nooit helemaal precies wat er gaat gebeuren. De voorzitter hield strak de regie; er werden goede vragen gesteld. De verdachte wilde (nog steeds) op meerdere punten niets zeggen. Ik dacht, misschien dat hij tegenover drie rechters meer loslaat dan hij tot dan toe had gedaan, maar dat bleek niet het geval.”

De verdachte bagatelliseerde zijn optreden. Hij noemde zichzelf niet meer dan een ‘toetsenbordterrorist’, hij deed zijn chats af als ‘grootspraak’. Reah: “Dat typeert hoe hij ernaar kijkt. Hij ziet niet dat hij over de schreef is gegaan. Ruim 1800 kogels en op zoek naar een echt wapen; dat is geen ‘grootspraak’ meer.”

De raadsman van de verdachte vroeg vrijspraak. Hij vond dat niet bewezen kon worden dat er sprake was van voorbereiding van enig misdrijf. Uit niets bleek waarvoor de verdachte het alarmpistool en de munitie voorhanden had, meende hij.

Loop uitboren

De rechtbank concludeerde dat de verdachte de fase van ‘toetsenbordterrorisme’ voorbij was.  De rechters stelden dat uit het bewijs volgde dat de man de intentie had om andersdenkenden het zwijgen op te leggen, desnoods door hen neer te schieten. Hij trof daarvoor voorbereidingen, gezien zijn zoektermen op internet als ‘loop uitboren’ en ‘nieuwe loop plaatsen’. Het bleek ook uit zijn poging om een vuurwapen te verkrijgen waarmee hij patronen die hij al in zijn bezit had zou kunnen afvuren. De rechtbank overwoog in het vonnis dat “hij alleen nog maar een bijpassend vuurwapen hoefde te hebben om zijn aankondiging in daden om te zetten.” 

De rechtbank stelde ook: “De verdachte gaat er bovendien aan voorbij dat ook ‘toetsenbordgeweld’ in het huidige tijdperk gevaarlijk kan zijn vanwege het risico dat anderen zich laten meeslepen in gewelddadige en opruiende fantasieën en die op zeker moment in daden omzetten.”

De rechtbank veroordeelde de man tot 36 maanden celstraf - veertig maanden waren geëist. “Enigszins korter dan geëist, omdat de rechtbank de voorbereidingen van het veroorzaken van de een explosie niet bewezen acht”, zegt de officier.

Reah achteraf: “Ik ben blij dat de politie en het OM hebben ingegrepen voordat de man over een vuurwapen kon beschikken. Want ik wil niet weten wat hij anders met die 1800 kogels zou hebben gedaan.”

Op 2 december 2019 is de man in hoger beroep veroordeeld tot 36 maanden celstraf, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk. De advocaat-generaal had veertig maanden celstraf geëist, waarvan tien voorwaardelijk. Dat de straf in hoger beroep lager uitpakte, heeft ermee te maken dat het hof het meest recente reclasseringsadvies heeft meegewogen, waaruit bleek dat de verdachte een positieve ontwikkeling had laten zien sinds zijn detentie.