Tekst Steven Beek
Foto Loes van der Meer

Welke straf zou jij eisen?

Welke straf zou jij eisen, als je officier van justitie was? Omdat er op straat niemand te vinden is, komt Opportuun bij de mensen aan de deur - op gepaste afstand uiteraard.

De zaak:

Het is 20 november 2018, nog voor zes uur ’s ochtends. Een man verlaat de echtelijke woning in Hazerswoude-Rijndijk en loopt naar zijn auto als hij plotseling van achteren wordt aangevallen. Een man, gekleed in zwart met een motorhelm op, slaat op hem in met een stuk hout. Het slachtoffer is zwaar gewond: zijn schedel is op vier plaatsen gebroken. De man in zwart blijkt de echtgenoot van de vrouw met wie het slachtoffer een affaire heeft. De officier van justitie vervolgt de verdachte voor poging tot moord.

De feiten:

  • De verdachte heeft deels bekend en twee getuigen hebben het voorval gezien;
  • Een forensisch arts beoordeelt de verwondingen van het slachtoffer als levensbedreigend. Herstel kan meer dan zes maanden duren;
  • Het onderzoek wijst op voorbedachten rade, de verdachte heeft zich vermomd, het slachtoffer opgewacht en van achteren aangevallen;
  • De verdachte is nooit eerder met justitie in aanraking geweest;
  • Een psycholoog verklaart de man geestelijk in orde en toerekeningsvatbaar.

Wat eis jij?

Pauline, uit Utrecht

5 jaar gevangenisstraf en begeleiding

 “Het lijkt me duidelijk dat deze man heeft gedaan waarvan hij verdacht wordt, de rechter zal voldoende hebben om hem te veroordelen. Ik zou zeker een celstraf eisen, misschien een jaar of vijf. Een taakstraf of begeleiding is ook goed, maar hij moet eerst een aantal jaar de cel in. Hij heeft het heel bewust gedaan, en als je een straf krijgt moet je die ook voelen.”

“Ik vind het belangrijk dat hij na zijn straf maatschappelijke begeleiding krijgt. Hij moet leren hoe hij moet reageren als hij opnieuw in zo’n situatie terechtkomt. Als zijn wraakgevoelens zijn gebleven moet er bovendien nagedacht worden over een contact- of gebiedsverbod.”

Patricia, uit Limburg

9 jaar gevangenisstraf en schadevergoeding

“Als de dader zijn vrouw met het slachtoffer in bed had betrapt, had ik zijn daad beter begrepen. Dan kun je doordraaien. Maar als je iemand staat op te wachten ben je rationeel bezig, niet emotioneel. Daarom moet hij echt vijf jaar zitten. Omdat je bij goed gedrag eerder vrijkomt, zou ik negen jaar gevangenisstraf eisen. Ik zou daarnaast een stevige schadevergoeding eisen. Het slachtoffer kan zijn leven lang last hebben van zijn verwondingen. Als hij daardoor minder kan werken moet dat op de dader verhaald worden.”

“Ik vind het ergens wel jammer dat je als officier gebonden bent aan de straffen van de rechtbank. Soms denk ik, als de dader net zo hard teruggeslagen wordt, zal hem dat wel tegenhouden om het nog eens te doen.”

De officier van justitie legt uit

Aafke Algera is officier van justitie op het parket Den Haag:

“Net voor de zitting heb ik het slachtoffer in de zaak gesproken. Het was toen al een maand of vijf na de aanval, maar de man kon nog altijd niet fulltime werken. Hij had grote littekens op zijn hoofd, niet verwonderlijk als je bedenkt hoe zwaar gewond hij was geraakt. Toen we aan de zaak begonnen wisten we zelfs niet of hij het zou overleven.”

Uit het onderzoek blijkt dat het om een crime passionel gaat: de vrouw van de verdachte had een affaire en wilde van hem scheiden. Algera: “Tijdens verhoren vertelde hij dat hij die nacht wakker lag en steeds bozer werd op zijn vrouw en de collega met wie ze een relatie had. Uiteindelijk is hij opgestaan, heeft hij een houten stok gepakt en is naar het huis van het slachtoffer gereden.”

De eis

Ik heb de verdachte poging tot moord ten laste gelegd, en heb daarvoor zeven jaar gevangenisstraf geëist. Hij heeft zeker acht keer hard op het slachtoffer ingeslagen met zijn stok en is alleen maar gestopt omdat de buren op het raam zijn gaan bonzen. Bovendien is hij volledig toerekeningsvatbaar verklaard. Het is een hoge strafeis, maar wat mij betreft was hier echt sprake van een doordachte actie waarbij het slachtoffer geen kant op kon. De verdachte heeft nog geluk dat hij het voorval heeft overleefd.”

“Ik heb wel oog gehad voor de treurige situatie van de dader, zijn totale wanhoop. Aan de andere kant heeft hij nooit berouw getoond; tijdens de rechtszaak bleef hij volhouden dat hij niet anders had gekund. Als hij al spijt had, was dat van de gevolgen die het voor hem had. Al met al had ik weinig reden voor strafvermindering.”

Voorbedachten rade

“De voorbedachten rade was heel belangrijk voor mijn strafeis. De verdachte is vroeg opgestaan, heeft een motorhelm opgezet als vermomming, heeft een houten stok meegenomen en is met zijn koplampen uit naar het huis van slachtoffer gereden. Daar heeft hij twintig minuten voor het huis van het slachtoffer staan wachten.

Het is voor voorbedachten rade niet nodig dat een dader roept ‘ik ga hem doodslaan’. Als de dader besluit iemand zo ernstig te mishandelen dat er het risico bestaat dat het slachtoffer overlijdt, dan is dat poging tot moord. Dat is ook gebeurd: hij heeft zo hard geslagen dat het dodelijk had kunnen aflopen. Dat risico heeft de dader aanvaard."

Tijdens de zitting gaf de verdachte er nog een andere draai aan: hij vertelde het slachtoffer alleen op de schouder te hebben willen slaan. Algera: “Dat verhaal was vrij makkelijk onderuit te halen. Het slachtoffer was na de eerste klap tegen de grond gegaan, waarna de dader op hem in is blijven slaan. Dat ging niet per ongeluk.”

De uitspraak

De rechtbank vindt voorbedachten rade niet bewezen en verklaart de dader schuldig aan poging tot doodslag, niet poging tot moord. Het had volgens de rechtbank ook een opwelling kunnen zijn, ondanks dat de man het slachtoffer in de tuin heeft opgewacht. De rechtbank veroordeelt de man tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 jaar. “Ik was daar best verbaasd over,” zegt Algera. “Voor mij was voorbedachten rade bewezen. Nergens blijkt uit dat hij daarheen gekomen was om iets anders te doen. Hij is meteen op het slachtoffer in gaan slaan. Toch is er een forse straf opgelegd, waar ik uiteindelijk tevreden mee was.”