‘No more ransom’

Hoewel het aantal ransomware-aanvallen wereldwijd stijgt, wordt ook succes geboekt tegen de aanvallen met gijzelingssoftware.

De gratis portal ‘No More Ransom’ (geen losgeld meer) is een publiek-particulier samenwerkingsverband dat nu vier jaar bestaat. Het helpt slachtoffers van ransomware hun versleutelde data te herstellen, zonder dat ze cybercriminelen losgeld moeten betalen. De dienst is te benaderen via nomoreransom. org.

Het bestrijden van cybercriminaliteit en in het bijzonder ransomware is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van politie, justitie, Europol en ICT-bedrijven. In totaal leveren 163 partners hun bijdrage aan de No More Ransom portal.

De portal heeft sinds de lancering 4,2 miljoen bezoekers uit 188 landen geregistreerd en heeft ervoor gezorgd dat $632 miljoen aan geëist losgeld niet in de zakken van criminelen terecht is gekomen. De in 36 talen beschikbare portal, heeft het afgelopen jaar 28 nieuwe tools toegevoegd en kan nu 140 verschillende ransomware-besmettingen decoderen.

Waar in het verleden vooral random thuiscomputers het doelwit waren, zijn tegenwoordig steeds vaker bedrijven en instellingen het slachtoffer. Omdat voor veel soorten ransomware nog geen oplossing is gevonden, wijst de politie op het belang van preventiemaatregelen die mensen zelf kunnen treffen:

  • Bewaar altijd een kopie van belangrijke bestanden op een andere plek: in de cloud, offline op een andere schijf, op een USB-stick of op een andere computer.
  • Gebruik een betrouwbare, actuele virusscanner.
  • Download geen programma’s van verdachte bronnen.
  • Open geen bijlagen in e-mails van onbekende afzenders, zelfs als ze er belangrijk en geloofwaardig uitzien.

2019: meer geregistreerde criminaliteit

Na jaren van daling nam de registreerde criminaliteit in 2019 weer toe.

Het OM zag een opvallende stijging van het aantal aangiften van (online) fraude en oplichting. Ook het aantal aangiften van verkrachting, diefstal met geweld, bedreiging en mensenhandel en -smokkel steeg. Dat blijkt uit het Jaarbericht 2019 van het OM.

Het aantal nieuwe en lopende strafrechtelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden steeg in 2019 verder tot bijna 2.300. In 2015 waren dat nog 1.765 onderzoeken. De toename is vooral het gevolg van de groei van het aantal onderzoeken dat door de arrondissementsparketten wordt uitgevoerd. Dat aantal steeg met 30 procent.

Het grootste deel van de onderzoeken dat wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de arrondissementsparketten richt zich op de productie van en handel in drugs, en het witwassen van de daarbij gemaakte winst. Het aantal onderzoeken naar synthetische drugs nam in 2019 opvallend toe; een stijging van 34 procent ten opzichte van het jaar daarvoor.

Lees het jaarbericht op om.nl of door gebruik te maken van de QR-code.

Foto: Engin Akyurt

Aanwijzing strafvorderlijk optreden tegen journalisten

De nieuwe ‘Aanwijzing strafvorderlijk optreden tegen journalisten’ is op 1 juni in werking getreden.

Het Openbaar Ministerie heeft aan de aanwijzing twee aandachtspunten toegevoegd:

  • Wanneer duidelijk is dat een journalist als bijvangst in een strafdossier terecht is gekomen, moet hij daarvan op de hoogte worden gesteld, mits het belang van het onderzoek dat toelaat.
  • Wanneer een verzoek of bevel van OM of politie aan een buitenlandse autoriteit betrekking heeft op een journalist, worden zoveel mogelijk de procedures gehanteerd die voor journalisten in Nederland gelden. Dat geldt ook voor de inzet van dwangmiddelen tegen een journalist als vanuit het buitenland een verzoek of bevel wordt ontvangen.

Het OM kan niet zomaar een dwangmiddel bij journalisten toepassen. Bij een dwangmiddel waarbij de bronbescherming wordt doorbroken moet het gaan om een verdenking van ernstige feiten, waarop volgens de wet een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat. Daarbij moet altijd de proportionaliteit en subsidiariteit worden getoetst. Een officier van justitie kan een dwangmiddel dat de bronbescherming kan raken pas inzetten als hij daarvoor toestemming heeft gekregen van de hoofdofficier van justitie en het College van procureurs-generaal.