Tekst Thea van der Geest
Foto Loes van der Meer

Gechanteerd worden nadat je één keer uit de kleren bent gegaan. Dat overkomt honderden kinderen. Officier van justitie Nicole Smits: “Ik maak me grote zorgen. Het is zo gemakkelijk om anoniem op internet minderjarigen te dwingen tot seks.”

Officier van justitie Nicole Smits (38)

“Naar gedrag is ons werk”

“Ik had rechten gestudeerd en ben daarna de RAIO opleiding tot rechter of officier van justitie gaan volgen. Onderdeel van de opleiding was een stage bij het OM. In dat jaar werk je ook als officier van justitie. Ik heb toen erg getwijfeld, omdat ik het OM zo leuk vond. Rechter zou misschien beter bij me passen, maar ik ben toch officier geworden. Het OM is heel dynamisch. Als officier van justitie ben je met het voorbereidend onderzoek bezig. Moet je beslissingen nemen met weinig informatie, weet je nooit van te voren hoe je werkdag eruit ziet. Je hebt A en B gepland, maar je doet C en D. Die hectiek sprak me aan.
Inmiddels ben ik zeven jaar verder en vind ik het werk inhoudelijk nog steeds erg leuk. Ik houd me sinds een jaar met de zedenportefeuille bezig. Ik hoop dat nog een aantal jaren te mogen doen. En daarna heb ik eigenlijk nog niet verder gekeken.
Misschien dat ik en mijn collega’s in het strafrecht een wat ander wereldbeeld hebben. Je ziet vaak de nare kant van mensen. Het nare gedrag, dat is ons werk. Maar ik kan werk en privé goed scheiden. Misschien moet je ook een bepaalde distantie houden. Ik voel me heel betrokken bij mijn zaken, maar als alles binnen komt, is dat ook niet goed.”

Ex-vriendin

Het is 5 april 2012 als een moeder op het Brabantse politiebureau een verklaring aflegt. Ze vertelt dat haar zoon van twaalf seksueel is misbruikt en wil daar aangifte van doen. Ze had een e-mail aan haar kind gelezen van ene Iris. Daar stond in dat hij naakt voor de webcam moest, anders zou ze naaktfoto’s van hem doorsturen naar zijn vriendjes.
“Toen ik mijn zoon vroeg wie Iris was, zei hij: ‘Oh, een of andere mongool ofzo.’ Hij rende naar boven en begon te huilen.”
De jongen zelf verklaart dat hij het meisje had ontmoet op de videochat community Solomio toen hij elf was. Ze zouden samen online Habbo spelen. Het meisje heette Iris. Zij vroeg hem op MSN te komen. Op een gegeven moment wilde Iris dat hij zijn onderbroek liet zien via de webcam. Dat heeft hij toen gedaan. Bij het volgende chatcontact heeft hij zijn hele lichaam laten zien. Daarna dreigde ze dat als hij zich niet zou aftrekken voor de cam, ze zijn naaktfoto’s zou doorsturen naar zijn hyves-vrienden en zijn ouders.

Door de aangifte van de moeder komt de zaak aan het rollen. Het duurt wel enige tijd voor de politie achter de identiteit van de verdachte komt. Iris blijkt namelijk een werkloze man van middelbare leeftijd. Hij maakt gebruik van het e-mailadres van zijn ex-vriendin. Door die ex te horen en te onderzoeken waar vandaan de e-mails verzonden werden, komt de politie bij een Amsterdamse verdachte uit.
Nicole Smits leidt het politieonderzoek als officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam.
“Door onderzoek van het in beslaggenomen materiaal kwam de omvang van de zaak aan het licht. Vervolgens is er een tweede doorzoeking op 9 juli 2014 geweest, waarbij verdachte meteen is aangehouden. Het bleek de start van een maandenlang durend onderzoek door het hele land.”

De politie neemt alle gegevensdragers uit zijn huis mee en daaruit blijkt dat de man al meerdere jaren met honderden minderjarigen contact had gezocht.
Nicole Smits geeft een opsomming van wat de politie aantrof. “In totaal werden 1455 films en 1550 foto’s met pornografisch materiaal aangetroffen. Er konden 294 verschillende jongens en 7 meisjes worden onderscheiden.”
Smits denkt even na over het aantal, maar weet dan zeker: “Tussen al die porno vonden we zes filmpjes terug waarop het Brabantse jongetje te zien was dat samen met zijn moeder naar het politiebureau was gestapt.”

“De zaak bleek zóveel groter dan we in eerste instantie dachten. Deze man had jaren met heel veel minderjarigen contact gemaakt en kinderen bewogen tot allerlei seksuele handelingen. Hij deed zich vrijwel altijd voor als een jong meisje. Een leeftijdsgenootje.”
Officier Smits was geschokt door de vasthoudendheid van de verdachte. “Het meest bizarre is dat hij vanaf seconde één op seks uit was. Bijna alle bestandsnamen hadden in de naam iets met een seksuele handeling. Zo stond er bijvoorbeeld de naam van een slachtoffer met daarachter: ‘… rukt lang’. Maar tot het laatst toe is de verdachte blijven ontkennen dat het om seks ging.”

“Tussen al die porno vonden we zes filmpjes terug met daarop het Brabantse jongetje dat met zijn moeder naar het politiebureau was gestapt”

Identificeren van slachtoffers

Vanwege het enorme aantal betrokken kinderen, is het noodzakelijk keuzes te maken. Het identificeren van de honderden slachtoffers is met de beschikbare capaciteit onmogelijk haalbaar binnen een redelijke termijn. Daarom wordt besloten prioritering aan te brengen en slechts een deel van de slachtoffers te identificeren. Tegelijkertijd spelen vergelijkbare zaken in Groningen en Den Haag en zijn op landelijk niveau criteria vastgesteld. Met voorrang wordt daarom aandacht gegeven aan de jongste categorie, aan meerdere kinderen in beeld, penetratie, gebruik van voorwerpen en dwang.
Officier Smits: “We zochten tegelijkertijd ook naar de identiteit van slachtoffers die een bepaalde kwetsbaarheid toonden. Door het beeldmateriaal kregen we bijvoorbeeld sterk het vermoeden dat een aantal slachtoffertjes niet thuis woonde, maar in een instelling verbleven. Op de film zagen we een deur met een slot erop of een planbord dat je kunt tegenkomen bij kinderen met bijvoorbeeld een autistische stoornis.”

De politie heeft de handen vol aan het bekijken van het materiaal en het exact uitschrijven van de inhoud. Een paar minuten film is voor de politie uren werk. Beelden maken geen onderdeel uit van het procesdossier, omdat daarmee strikt genomen ook kinderporno zou worden verspreid. Elk detail moet dus worden uitgeschreven. Daarnaast wordt enorm veel werk verzet om rechtshulpverzoeken in te dienen om de duizenden chatgesprekken op te vragen bij buitenlandse providers.
Uiteindelijk worden 67 kinderen geïdentificeerd en benaderd. Daarvan hebben 32 slachtoffers uit Nederland en België aangifte gedaan of een verklaring afgelegd.
Nicole Smits: “Deze zaak betreft dan wel hands off delicten, er was geen fysiek contact tussen de verdachte en de kinderen, maar een hoop kinderen zijn veel verder gebracht dan ze zelf hadden gedaan of bij henzelf was opgekomen. Er speelde veel schaamte bij de slachtoffers. Ze vertelden dat ze zelf naar MSN of Habbo waren gegaan.”
In het requisitoir neemt de zaaksofficier een verklaring op van een slachtoffertje. ‘Ik voel me zwaar seksueel misbruikt. Woede, angst en pijn zijn emoties die naar boven komen.’ De meeste kinderen zijn bang dat het opgenomen materiaal van hen ergens op internet terug te vinden zal zijn. Smits: “Die angst is zeker niet onterecht, omdat uit onderzoek aan de laptop van de verdachte is gebleken dat er bezoeken aan cloud services zijn gebracht en er ook materiaal is verspreid.”

Ontkennende verdachte

Om de slachtoffertjes te beschermen zijn hun namen in het strafdossier weggehaald en vervangen door cijfers. In de rechtszaal wordt alleen gesproken over K1 of K32. Op het moment dat de eerste proformazaak dient opent het 8-uurjournaal daarmee. Dat vindt officier Smits uiterst ongelukkig, omdat nog niet alle ouders en slachtoffers waren geïnformeerd. “We wilden te allen tijde voorkomen dat slachtoffers op die manier geconfronteerd zouden worden met de zaak.”

Smits: “De verdachte bleef tot op het einde toe volhouden dat de zaak niks met seks had te maken. Hij was daar zeer vasthoudend in terwijl hij ver over de grenzen van minderjarige slachtoffers is gegaan. Hij zei dat het uit pure verveling kwam, maar dat ging er bij mij niet in. De verdachte benaderde soms heel kwetsbare slachtoffers zowel grof, dwingend, misleidend als manipulerend. Hij omschreef het misbruik als het spelen van een spel. Daarom had ik ook grote zorgen over mogelijk recidiveren en vroeg ik mezelf af wat er moest gebeuren om dit in de toekomst te voorkomen. Ik heb TBS geëist. Die eis was gebaseerd op de rapportage van een psychiater en psycholoog, maar de rechtbank ging daar niet in mee. Dat is ook de reden voor appèl (hoger beroep) geweest. In appèl heeft een nieuw persoonlijkheidsonderzoek plaatsgevonden. De nieuwe rapporteurs adviseerden geen TBS. Ik ben daarin niet de deskundige. Bij die stand van zaken moest ik me neerleggen. Ik eiste in eerste aanleg drie jaar celstraf en TBS, hij heeft in appèl vier jaar gekregen en een jaar voorwaardelijk.”

Chantage

Zaken als deze en de twee grote vergelijkbare zaken in Groningen en Den Haag zijn de zedendelicten van de toekomst. Nicole Smits maakt zich grote zorgen: “Het is zo gemakkelijk om anoniem of met een andere identiteit op internet te gaan. Het is zo gemakkelijk om met seks bezig te zijn. Ik heb grote zorg dat minderjarigen niet doorhebben wat voor digitale sporen ze achterlaten. Hoe ze gechanteerd kunnen worden door één keer uit de kleren te gaan.”

OM'ers achter de zaak

Claudia van Buuren (32), administratief medewerkster

“Ik verveel me geen seconde”

“Alles is mogelijk. Historische gegevens opvragen bij telecombedrijven, banken en onderwijsdiensten. Van zendmasten, pinautomaten tot beveiligingscamera’s. Als een politieteam deze bijzondere opsporingsbevoegdheden (BOB) wil toepassen, vraagt het de officier van justitie om toestemming. Zodra de officier akkoord geeft, komt de aanvraag bij de gemeenschappelijke BOB-kamer terecht. Wij controleren de aanvragen, maken vorderingen op, zorgen voor een handtekening en sturen deze door naar de rechter-commissaris. De rechter-commissaris beslist of deze bijzondere opsporingsmiddelen mogen worden ingezet.
Toen ik bij het OM kwam werken dacht ik dat je moest ­buigen voor een officier, maar dat was helemaal niet waar. We werken gewoon samen.
Wij kunnen, als het spoed heeft, in samenwerking met andere collega’s een tap aansluiten binnen een half uur. Er is veel tijdsdruk. Je moet absoluut stressbestendig zijn en hart hebben voor de zaak.
Bij de zedenverdachte van de webcamsekszaak hebben wij gezorgd dat zijn internetgedrag getapt kon worden en gegevens opgevraagd van zijn accounts. Zijn computer is ontgrendeld, een vordering naar Microsoft gegaan en zijn financiële situatie onderzocht. We hebben ook een psychiatrisch onderzoek en contra-expertise aangevraagd bij de rechter-commissaris.
Normaal onthoud ik de voorbijkomende strafzaken niet. Alleen als er foto’s bij de aanvraag zitten blijft het wel eens hangen. Een verbrande prostituee, kinderporno. Deze wereld is echt ziek. 
In ons goed werkend team praten we wel eens over de dingen die we tegenkomen in ons werk. Op donderdag en vrijdag is het topdrukte. Dan kan de politie in het weekend door rechercheren. En op maandag, na de raadkamer, gaan heengezonden verdachten vaak onder de tap. Elke dag is anders. Ik verveel me geen seconde. Wat ik in de toekomst zou willen doen? Ik zie het werk alleen maar toenemen door nieuwe onderwerpen als terrorisme, georganiseerde misdaad en cybercrime.”

Fred van Riesen (43), zaakscoördinator

“Iedere nabestaande of slachtoffer heeft zijn eigen wensen”

“De zaak van de webcamseks betrof honderden slachtoffers. Dit waren voornamelijk minderjarigen. Niet alle slachtoffers in deze zaak zijn opgespoord, maar de kinderen die konden worden achterhaald zijn thuis benaderd.
Uiteindelijk heb ik samen met de politie een overzicht gemaakt van 34 slachtoffers. Zij zijn door mij geïnformeerd over hun rechten in de strafzaak en het verloop hiervan. Omdat het om een kwetsbare groep slachtoffers ging hebben wij ervoor gezorgd dat de slachtoffers anoniem konden blijven tijdens het hele proces. Hierover zijn ook duidelijke afspraken gemaakt met de rechtbank en met onze collega’s van slachtofferhulp. Ieder kind kreeg een ‘kindnummer’ dat tijdens de zittingen werd gebruikt om het desbetreffende slachtoffer aan te duiden.
Één meisje wilde tijdens de inhoudelijke behandeling – achter gesloten deuren – gebruik maken van haar spreekrecht. De voorzitter van de rechtbank stemde ermee in dat dit zonder de aanwezigheid van publiek en pers kon plaatsvinden. Ik heb het meisje al die tijd bijgestaan in de rechtszaal. Als vader van drie dochters gaat zo’n zaak je niet in de koude kleren zitten, maar het deed mij goed dat ik iets kon betekenen voor deze jonge slachtoffers.
Namens het OM ben ik contactpersoon voor slachtoffers en nabestaanden in de zwaarste zaken. Zij kunnen een gesprek met de officier van justitie en spreekrecht tijdens de zitting aanvragen. Maar ook voor andere vragen over de strafzaak kunnen zij bij mij terecht.
Je moet je goed kunnen inleven in wat deze mensen moeten doorstaan. Je levert maatwerk, omdat iedere nabestaande of slachtoffer zijn eigen wensen heeft. Goed kunnen luisteren is heel belangrijk.
Gemiddeld is mijn workload zo’n zestig strafzaken: levensdelicten, zedenzaken, ernstig geweld, verkeers­ongelukken met dodelijke afloop en mediagevoelige zaken. Het komt allemaal voorbij. Daar moet je wel de persoon voor zijn.”

Ilja van der Poel (41), parketsecretaris

“Ik werk niet voor, maar mét de officier van justitie”

“We wisten niet hoe groot deze zaak zou worden, maar we hadden een vermoeden. Om dat helder te krijgen was meer onderzoek nodig en vroegen daarom gegevens op bij internetproviders. We stuurden rechtshulpverzoeken naar Amerika om chatsessies via bedrijven als Solomio en Skype in te zien. Steeds meer slachtoffers kwamen in beeld. Uiteindelijk ging het om meer dan driehonderd kinderen. Hoe krijg je daar grip op? Wat moet je prioriteren? We vroegen raad aan ervaringsdeskundigen van het OM. We vroegen ons af hoe we alles op papier kregen. Alle beelden van kinderporno moesten worden uitgeschreven. Dat heeft heel veel tijd gekost. Het strafdossier moest nauwkeurig worden opgebouwd. Wat verwijt je de verdachte precies? Het was een mega-zaak. Ons computersysteem was er niet op ingericht. We hebben uiteindelijk een handleiding gemaakt voor de tenlastelegging.
In de tenlastelegging nieuwe stijl, die binnenkort ook in Amsterdam wordt ingevoerd, worden de seksuele gedragingen weergegeven in zakelijke beschrijvingen.

Ik ben de rechterhand van de officier van justitie. We werken samen. Als parketsecretaris werk je niet vóór, maar mét een officier. Ik heb wel nagedacht of ik zelf geen officier wilde worden, maar opereren op de achtergrond ligt me beter. Het optreden als officier van justitie ter zitting houdt me tegen. Ik heb rechten gestudeerd, maar vind criminologie en psychologie ook interessant. Wat beweegt een menselijke geest?

Als parketsecretaris moet je flexibel zijn. Je leeft bij de dag. Er komt altijd van alles tussendoor. Je moet prioriteiten stellen en tegen een stootje kunnen. Je krijgt soms iets niet gedaan. Daar moet je tegen kunnen. Met collega’s praat ik over zaken. Over bijvoorbeeld wat er met die kinderen in de webcamzaak is gebeurd. Mijn man kan er niet tegen. Hij wordt er naar van.”

Jacqueline Hirsch (46), beleidsadviseur

“Van het verdriet van slachtoffers kan ik wakker liggen”

“Zedenzaken met jonge slachtoffers hebben een grote impact op kinderen, ouders, gezinssystemen, andere professionals en de samenleving. Samen met gemeente en politie spreek ik over de aanpak van zedenzaken. We  spreken af hoe we onrust kunnen beteugelen en wat we doen op het moment dat er in de stad zoiets gebeurt. Met mijn collega’s van Beleid & Strategie spelen wij een centrale rol in het tot stand brengen en het onderhouden van contacten met verschillende (hulp)organisaties.
Zedenzaken met jonge slachtoffers, zoals in de strafzaak van de webcamseks, vind ik aangrijpend. Het verdriet van slachtoffers en hun ouders, daar kan ik wakker van liggen.

Behalve aan ‘zeden’ werk ik ook aan de portefeuilles kindermishandeling, de taximarkt, wapens, demon­straties en evenementen. Veel verschillende thema’s met elk hun eigen organisaties waarmee je contacten onderhoudt.

Ik ben, na mijn rechtenstudie, het veld van het jeugdwerk ingegaan. Als jurist bij jeugdzorg, als jeugdreclasseerder in Amsterdam Zuidoost en Noord en als preventiemedewerker bij de Raad voor de Kinderbescherming, ben ik uiteindelijk terechtgekomen bij de ‘laatste’ schakel in de keten van het jeugdstrafrecht: het OM.

Voor mij blijft ‘Jeugd’ een belangrijke doelgroep. Uiteindelijk bepalen zij hoe wij in de toekomst met elkaar samenleven.
Wat mijn werk leuk maakt is de hectiek waarmee het gepaard gaat, het kunnen uitleggen aan anderen die de strafrechttaal niet spreken waarom wij bepaalde zaken op een bepaalde manier behandelen maar ook: waarom niet.”